Aandeel beschadigde bosbomen

In 2017 was 21,1% van de steekproefbomen in het Vlaamse bosvitaliteitsmeetnet beschadigd. Corsicaanse den en zomereik zijn de belangrijkste boomsoorten met een hoog percentage beschadigde bomen.
Bron: 
INBO vitaliteitsmeetnet

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
In 1985 startte de geïntegreerde monitoring van de gezondheidstoestand van bossen op Europese schaal. Een van de criteria voor het bepalen van de gezondheid van bosbomen is de bladbezetting. Bomen met meer dan 25 % blad- of naaldverlies worden als beschadigd beschouwd. Deze indicator geeft aan welk aandeel van de bomen beschadigd is. De aanwezigheid van veel beschadigde bomen is een indicatie van een weinig evenwichtig bosecosysteem of met andere woorden een beperkte boskwaliteit.
Bespreking 

Tot 1995 was er een toename van het percentage beschadigde bosbomen in de Vlaamse bosvitaliteitsinventaris. Tussen 2000 en 2008 was er een verbetering van de toestand, maar na 2008 nam het aandeel beschadigde bomen weer geleidelijk toe. In 2013 werd er een afname van het percentage beschadigde bomen genoteerd, gevolgd door een lichte toename in 2014 en 2015. In 2016 werd er een lichte verbetering waargenomen, gevolgd door een beperkte toename van het aandeel beschadigde bomen in 2017.
In 2017 was 21,1 % van de bosbomen beschadigd. De Corsicaanse den en de zomereik zijn bij ons de meest beschadigde boomsoorten in 2017, met respectievelijk 35,1 % en 24,8 % beschadigde bomen (zie tabel). Er is ook een groep ‘overige loofboomsoorten’ met een hoog aandeel beschadigde bomen.
Een veelheid aan factoren beïnvloedt de bosgezondheid: o.a. atmosferische deposities, klimaatwijziging, bosbeheer en natuurlijke factoren (insecten, schimmels,...). De variabiliteit van het bladverlies bij beuk heeft met de mastjaren (= jaren met hoge zaadproductie) te maken. Doorgaans gaat dit met een verminderde bladbezetting gepaard.
De verminderende atmosferische deposities (zie indicatoren i.v.m. 'Atmosferische deposities') en de toenemende aandacht voor duurzaam bosbeheer (zie indicator 'Oppervlakte met bosbeheerplan') zijn factoren die tot een verbetering van de bosgezondheid kunnen leiden. De toenemende verandering van het klimaat daarentegen (zie indicatoren i.v.m. Klimaatwijziging') kan de bosgezondheid verder aantasten.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 2 EU 2020 biodiversiteitsstrategie:Tegen 2020 worden ecosystemen en ecosysteemdiensten gehandhaafd en verbeterd door groene infrastructuur op te zetten en ten minste 15 % van de aangetaste ecosystemen te herstellen.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Feedback