Lichte vooruitgang bij Natura 2000-soorten, maar Europese doelen nog ver weg (NB 05-19)

In het kader van de zesjaarlijkse verplichte rapportage aan Europa onderzocht het INBO - naast de habitats -  ook hoe het in Vlaanderen gesteld is met de op Europees niveau beschermde dier- en plantensoorten.

Van de 69 soorten die we opvolgen, scoren er 18 gunstig, waarvan

  • vier amfibieën (bastaardkikker, Europese meerkikker, poelkikker, bruine kikker)
  • drie insecten (rivierrombout, Spaanse vlag en teunisbloempijlstaart)
  • een reptiel (muurhagedis)
  • drie mollusken (wijngaardslak, nauwe korfslak en zeggekorfslak)
  • een vis (bittervoorn)
  • zes vleermuizen (laatvlieger, watervleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis)

 

Verder scoren er 14 matig ongunstig en 29 zeer ongunstig. Van 5 soorten beschikken we over te weinig gegevens om de toestand te bepalen.

Voor drie soorten (wolf, lynx en tweekleurige vleermuis) werd geen volledige beoordeling gegeven omdat ze pas recent werden waargenomen in Vlaanderen en er nog niet voldoende kennis over is om een beoordeling te maken volgens de Europese criteria.

Als we enkel de globale trend beschouwen, zijn er behalve de 18 soorten die nu al een gunstige staat van instandhouding hebben, 13 soorten stabiel gebleven, 15 soorten vooruitgegaan, 4 soorten achteruit en van 16 soorten is de trend onbekend.

De verslechterde toestand van knoflookpad, vliegend hert, juchtleerkever en barbeel is te wijten aan een blijvende achteruitgang van het leefgebied. Daarom blijft het belangrijk om de soortherstelprogramma’s vol te houden en nieuwe op te starten.

Geert De Knijf

Meer lezen: De Knijf G. et al. (2019). Staat van instandhouding (status en trends) van de soorten van de Habitatrichtlijn. Algemene resultaten - rapportageperiode 2013-2018. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2019 (6). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.

Feedback