Welkom kwabaal! (JB-17)

Wilde diersoorten die terug opduiken in hun natuurlijk habitat, krijgen ruime publieke aandacht. Zeker als ze zo maar even België komen binnenlopen zoals otters, bevers of begin dit jaar een wolf.

Maar wat met soorten die zich moeilijker kunnen verspreiden en niet terug tot bij ons geraken? Voor een aantal bedreigde vissoorten maakt het INBO, in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos, specifieke soortherstelprogramma’s op. Voor de in Vlaanderen uitgestorven kwabaal koos men in 2005 voor een herintroductieproject. Daarom startten we in de INBO-viskwekerij in Linkebeek een kweekprogramma op. Het resultaat daarvan zijn jaarlijks miljoenen larfjes van deze vissoort.

Herintroducties volgen internationale richtlijnen en moeten doordacht en grondig gepland verlopen. Ze zijn pas volledig geslaagd als de uitgezette populaties op termijn zichzelf natuurlijk in stand kunnen houden. De eerste onderzoeksresultaten van het INBO toonden al snel aan dat de gekweekte kwabaaltjes na het uitzetten in het stroomgebied van de Grote Nete goed overleefden en groeiden. Maar natuurlijke reproductie van de kwabaal aantonen bleef lange tijd een uitdaging. Vooral de verborgen levenswijze van de soort, de enorme uitgestrektheid van het zoekgebied en de piepkleine afmetingen van de pasgeboren vislarven bemoeilijkten deze opdracht.

De kwabaal is een uitgesproken winterpaaier en plant zich voort rond de jaarwisseling bij een watertemperatuur van 4 °C. Kwabalen zoeken voor het afzetten van hun eitjes ondergelopen weilanden op, maar ook stilstaand water van grachtjes of plassen die verbonden zijn met de beken komen in aanmerking. Vanaf de tweede helft van februari kunnen de 3 mm grote larven aangetroffen worden in de bovenste waterlagen tussen resterende waterplanten. Ze reageren dan nog sterk op het licht, en op zonnige voorjaarsdagen kan je ze dan ook het beste waarnemen.

In 2014 vonden we voor het eerst larfjes in een plasje bij de Asbeek in Balen die afkomstig waren van natuurlijke reproductie. De laatste vier winters vonden we op deze plaats telkens opnieuw larfjes. En ook op een nabijgelegen beekje, de Heiloop, kon er natuurlijke reproductie worden vastgesteld.

In het kader van integraal waterbeheer, waarbij beken terug ruimte krijgen en een verbeterde waterkwaliteit hebben, zijn deze waarnemingen van een zelfreproducerende populatie kwabaal zeker hoopgevend. Toch is het voortplantingssucces nog te beperkt en moeten we blijven streven naar een betere connectiviteit tussen waterlopen en de beekvalleien. Enkel dan kan de kwabaal de overstromingsvlakten gebruiken als zijn natuurlijke kraamkamer.

Johan Auwerx

Feedback