Wasberen ingezameld in Hoeilaart en Schepdaal (Vlaams Brabant) (Marternieuws 19)

Wasbeer ingezameld in Hoeilaart (Vlaams-Brabant)

Op 29 juli 2015 zamelde gepensioneerd boswachter René Oyen een dode wasbeer in langs de Ring rond Brussel, ter hoogte van de voormalige renbaan in het Zoniënwoud in Groenendaal.

De autopsie wees uit dat het om een gezond maar duidelijk mager (gewicht 2,212 kg) jong ging. In de maag vonden we een grote grijze naaktslak (wellicht Limax maximus) en een wijngaardslak, in de darmtractus meerdere kersenpitten. Deze voedselitems duiden er op dat deze jonge wasbeer kennelijk in staat was natuurlijk voedsel te vinden en te nuttigen – maar dit sluit niet uit dat het om een uit gevangenschap ontsnapt dier kan gaan. Wasbeerjongen worden in de regel in april of begin mei geboren, en blijven minstens tot het najaar bij de moeder. Het spenen vindt zeer geleidelijk plaats, om pas vier maanden na de geboorte helemaal voltooid te worden. Deze jonge wasbeer zou dus in principe nog melk gedronken hebben bij de moeder, als aanvulling op het vaste voedsel. Was dit jong verzwakt geraakt doordat het moederdier mogelijk eerder verongelukte of gedood werd, dan wel omdat het jong ergens ontsnapte en aldus gescheiden raakte? Als het om een geboorte in het wild betrof, zouden er in principe meerdere jongen (worpen van 2 tot 6) in de buurt kunnen aanwezig zijn – maar verweesde jongen kunnen ook ver afdwalen van het moederlijk territorium…

Wasbeer begin juni 2015 gevangen in Schepdaal (bovenaan) en wasbeer ingezameld op 29 juni 2015 in Hoeilaart (onderaan) (foto INBO)

Wasbeer begin juni 2015 gevangen in Schepdaal (bovenaan) en wasbeer ingezameld op 29 juni 2015 in Hoeilaart (onderaan) (foto INBO)

Wasberen weggevangen in Schepdaal (Vlaams-Brabant)

In Schepdaal (Dilbeek) werd in juni van dit jaar een hele familie wasberen weggevangen door de plaatselijke rattenvanger. De eerste week van juni werd een mannetje gevangen en drie weken later een moeder met twee jongen. De vangstpogingen werden aangevat nadat er sporen werden aangetroffen langs een beek en buurtbewoners melding maakten van hun waarneming van twee wasbeerjongen in een boom.

Het mannetje hebben we intussen al geautopseerd. Het betreft een vrij klein exemplaar. Het gewicht lag met 4,118 kg aan de lage kant, maar dat kan bij wasberen heel sterk variëren: van 3,5 tot 11 kg. Te oordelen aan de beperkte tandslijtage en de nog niet vergroeide schedelnaden gaat het om een volwassen maar nog jong mannetje, een tweedejaars dier (ca. 14-15 maanden). Wasberen worden pas in hun derde jaar volledig volwassen. Of dit dier de vader van de jongen kan zijn, is twijfelachtig gezien de paartijd in februari valt en eerstejaarsdieren in de regel nog niet seksueel actief zouden zijn. In dat geval zou er dus nog minstens een ander, ouder mannetje in de buurt moeten leven.

Het feit dat hier meerdere dieren in eenzelfde gebied voorkwamen, waaronder een moederdier met jongen, doet de waarschijnlijkheid toenemen – behoudens een meervoudige lokale ontsnapping – dat de wasbeer zich ook in Vlaanderen in het wild voortplant. Tot op heden waren daar nauwelijks concrete aanwijzingen  voor. In Wallonië, en dan vooral ten zuiden van de Samber-Maas-lijn is vestiging en voortplanting in het wild  al meerdere jaren het geval. Of het in Vlaanderen om het resultaat van een voortschrijdende areaaluitbreiding gaat dan wel om succesvolle vestiging van lokaal ontsnapte dieren, is niet duidelijk. Zoals we eerder stelden (Carnivore exoten in Vlaanderen: areaaluitbreiding of telkens nieuwe input? in Zoogdier 2008), zal de combinatie van beide processen – spontane areaaluitbreiding en herhaalde lokale input vanuit gevangenschap – de vestiging van de wasbeer in Vlaanderen wellicht onvermijdelijk maken.

Schedel van het tweedejaarsmannetje wasbeer uit Schepdaal (onderaan) versus schedel van een oudere wasbeer (bovenaan) (foto INBO)

Schedel van het tweedejaarsmannetje wasbeer uit Schepdaal (onderaan) versus schedel van een oudere wasbeer (bovenaan). Bemerk de niet vergroeide schedelnaden bij het jonge mannetje (foto INBO). De opvallende schedelkam bij het volwassen exemplaar ontwikkelt zich niet bij elke wasbeer en is geen soort- of leeftijdsonderscheidend kenmerk.

 

Feedback