Vliegend hert - Broedhopen

Vliegend hert > Broedhopen

Tochtermann begon eind jaren 1980 in Duitsland met onderzoek naar vliegend hert in artificieel aangeboden dood hout. De soort was op dat moment al in heel Europa vrij zeldzaam geworden en hij wou het gebrek aan geschikt habitat oplossen door het na te maken. Hij bouwde dan ook de eerste kunstmatige broedhoop. Sinds einde  jaren ‘90 wordt er in tal van Europese landen broedhopen gebouwd. Vooral in Groot Brittannië werden de kunstmatige broedhopen populair. Dit valt voornamelijk te verklaren doordat er veel populaties in tuinen voorkomen. Onder deze impuls werden er in Groot-Brittannië allerlei varianten ontwikkeld op het Duitse concept van broedhopen.

Stubbes voor vliegend hert (foto INBO)

Het aanleggen van broedhopen is pas interessant als dit gebeurt in een gebied waar vliegend hert voorkomt of kan geraken. Het succes van broedhopen in het buitenland bleef bijna altijd beperkt tot plaatsen waar er al eerder vliegende herten gezien waren.

Een broedhoop wordt het best aangelegd op een plaats met niet te veel schaduw. Dit kan aan een bosrand, open plek, onder een alleenstaande boom in een park of tuin of gelijkaardige situatie zijn maar ook in de volle zon. Kies best voor de zuidrand van het bos of voor een zuidhelling of plateau en beter niet voor een noordhelling. Verder is het natuurlijk belangrijk een locatie te kiezen waar de broedhoop gedurende een lange periode kan blijven liggen.

In publiek bezochte gebieden wordt er best rekening gehouden met veiligheid en vandalisme. Plaats de broedhoop ofwel uit het zicht of net langs een pad met een informatiebord. Spelende kinderen op een broedhoop vormen in principe geen probleem voor de larven. De constructie moet dan stevig gebouwd worden.

Het aanleggen van een broedhoop kan een ideale publieksactiviteit zijn om met een natuurvereniging of schoolklas uit te voeren.

Gebruik enkel loofhout, liefst met de schors er nog aan. Het gebruikte hout mag variëren in boomsoort, dikte en ouderdom (vertering). Bij de boomsoorten zijn eik, beuk en fruitbomen het meest interessant voor een rijke insectenfauna. Zachte snel verterende houtsoorten, zoals berk, populier en wilg worden best vermeden. In dikte kunnen de stammen variëren van 5cm tot 30-40cm of zelfs dikker indien dergelijk hout ter beschikking is. Vers hout kan al het eerste jaar gekoloniseerd worden. Voor een broedhoop met een doormeter van 2 meter heb je ongeveer een tiental dikke stammen (30-40cm) nodig van 75 tot 150cm lang, enkele honderden dunnere stammen en eventueel verhakseld hout.

Het is de bedoeling dat de broedhoop gedurende een zeer lange periode geschikt is voor de larven van het vliegend hert. Daarom is het belangrijk dat de broedhoop traag afbreekt. Het is daarbij interessant om te weten dat dik hout trager afbreekt dan dun hout, hout met schors trager dan zonder, harde houtsoorten veel trager dan zachte houtsoorten.

Verder is het belangrijk dat de broedhoop niet uitdroogt in de zomer. Hiervoor is het goed om grond, schors, houtsnippers of zagemeel van loofhout te gebruiken om de holtes tussen de stammen op te vullen. Dit voorkomt uitdroging, bevorderd de schimmelgroei en zorgt ervoor dat de larven van de ene naar de andere stam kunnen kruipen. Uiteraard gebruiken we geen zagemeel waar olieresten van zaagmachines in zitten.

Aanleg:
Op een oppervlakte van 2m doormeter wordt een put van 0,5m diep gegraven. Het contact tussen grond en dood hout is zeer belangrijk vermits de larven van vliegend hert in de grond verpoppen. Er werd wel eens geëxperimenteerd met broedhopen bovengronds te maken en nadien aan te aarden met grond. Dergelijke constructies drogen echter te snel uit en zijn vaak niet geschikt.

De stammen worden vertikaal in de put geplaatst. De langste stammen in het midden van de broedhoop steken 0,5m in de grond en 1m (minder kan ook) boven de grond. De stammen worden ring per ring bijgeplaatst rond de hoogste centrale stam en telkens goed bijeengebonden. Dit bijeenbinden vermijdt gaten in de constructie en het openvallen nadien. Naar buiten toe wordt met kortere stammen gewerkt zodat een piramidevorm verkregen wordt. Als de constructie goed is opgebouwd zijn de draden op het einde niet meer te zien.

Gaten tussen de stammen worden opgevuld met grond, schors, houtsnippers of zagemeel en ook de rand van de put wordt verder opgevuld met schors, houtsnippers of zagemeel. Daarna breng je aan de putrand een laag aarde aan tot tegen de buitenste stammen en druk je goed aan.

Verder onderhoud:
Een goede opvolging van de broedhoop is belangrijk. Het INBO zal de gegevens van alle aangelegde broedhopen bijhouden en na een paar jaar de aanwezigheid van vliegend hert of andere dood-houtkevers proberen na te gaan. Opgraven van larven als controle wordt best vermeden om verstoring te vermijden.

Verder is het belangrijk dat de eigenaar (in het begin jaarlijks) controleert of de broedhoop niet te sterk uitdroogt, niet te veel overschaduwd wordt (gesloten bosbestand) en niet volledig overwoekerd wordt door bramen of brandnetels. Een beperkte plantengroei is geen probleem en kan zelfs nuttig zijn om extra schaduw te geven op meer open plaatsen. Na enkele jaren worden de spleten eventueel opnieuw opgevuld met houtsnippers (om de 5 jaar).

Broedhopen waar kinderen op spelen worden regelmatig gecontroleerd op hun veiligheid. Wanneer de stammen te ver verteerd zijn, wordt de broedhoop ontoegankelijk gemaakt. Het vervangen van rotte stammen of uitgraven van de volledige broedhoop is niet mogelijk vermits hierdoor de larven van deze beschermde diersoort verstoord of gedood worden. Best wordt er dan ook een nieuwe broedhoop gebouwd.

Het gebruik van insecticiden en andere chemische stoffen in de buurt van de broedhoop is uiteraard niet gewenst.

Als de broedhoop na vele jaren langzaam aan in elkaar zakt, wordt het tijd om een nieuwe aan te leggen in de onmiddellijke omgeving.

Literatuur

  • Thomaes, A. & Vandekerkhove, K. 2004. Ecologie en verspreiding van Vliegend hert in Vlaanderen. Geraardsbergen, Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer, in opdracht van afd. Bos & Groen, Rapport IBW Bb R 2004.015
  • Thomaes, A. 2008. Vliegend hert drie jaar later: van bureaustudie tot monitoring en bescherming. Brakona-jaarboek 2006-2007, 118-125
  • Thomaes, A., Beck. O., Crevecoeur, L., Engelbeen, M., Cammaerts, R. & Maes, D. 2007. Het Vliegend hert in Vlaanderen en in het Brussels Gewest: Verspreiding en ecologie van een ‘bos’soort. Natuur.focus, 6(3): 76-82
  • Thomaes, A. & Vandekerkhove, K. 2005. Ecologie en verspreiding van Vliegend hert in Vlaams-Brabant en Brussel. BRAKONA jaarboek 2004, 62-69
  • Thomaes, A., Kervyn, T. & Maes, D. 2008. Applying species distribution modelling for the conservation of the threatened saproxylic Stag Beetle (Lucanus cervus). Biological conservation, 141: 1400-1410
  • Thomaes, A. 2007. Aanleg van broedhopen voor Vliegend hert. Brussel, Instituut Natuur- en Bosonderzoek, INBO.A.2007.105
  • Thomaes, A., Kervyn, T., Beck O. & Cammaerts, R. 2008. Distribution of Lucanus cervus in Belgium: surviving in a changing landscape (Coleoptera: Lucanidae). Revue d'Ecologie (Terre & Vie), 63:139-144
  • Thomaes, A. 2009. A protection strategy for the stag beetle (Lucanus cervus, (L., 1758), Lucanidae) based on habitat requirements and colonisation capacity. Saproxylic Beetles - their role and diversity in European woodland and tree habitats: Proceedings of the 5th Symposium and Workshop on the Conservation of Saproxylic Beetles, 149-160
Feedback