Vissen naar DNA sporen (JB-17)

Environmental DNA-metabarcoding (eDNA) is een veelbelovende methode om de aanwezigheid van moeilijk op te sporen organismen in lucht, water of bodem te detecteren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kleine DNA-fragmentjes die organismen in hun omgeving achterlaten.

Net als een forensisch onderzoeksteam dat op een plaats delict zoekt naar sporen van daders, zoeken wij naar sporen van organismen die er onlangs waren maar intussen weer niet meer zichtbaar zijn. Hierdoor is eDNA-metabarcoding uitermate geschikt om in moeilijk te onderzoeken habitats, zoals waterpartijen, de aanwezigheid van soorten of soortengroepen te detecteren en zelfs te kwantificeren.

Het INBO kan op deze manier in stilstaande wateren, zoals vijvers en poelen, achterhalen welke vissoorten of amfibieën er rondzwemmen. In een vijver van enkele hectaren groot, kunnen we op basis van slechts een paar liter water de aanwezigheid van enkele individuen van bijvoorbeeld stierkikker, kamsalamander of bittervoorn detecteren. Deze methode laat ons ook toe om de onderlinge verhoudingen van een hele visgemeenschap in kaart brengen. Omdat niet alle soorten een even sterk eDNA-spoor in het water nalaten, ontwikkelden we hiervoor correctiefactoren.

De techniek heeft een enorm potentieel. Zij kan onder andere ingezet worden bij het monitoren van zeldzame vissen of amfibieën, bij het vroegtijdig opsporen van exoten en ter ondersteuning van de Europese natuurdoelen. Intussen verfijnen we deze methodiek ook verder voor monitoring in stromende wateren.

Rein Brys

Feedback