Sediment in de Schelde: een barrière voor vissen? (NB 09-19)

Een estuarium is van nature troebel. Het getij brengt immers voortdurend sediment in beweging. In de Schelde komen daar nog baggerwerken en slibstortingen bovenop, die bij bijna iedere havenuitbreiding verder toenemen. Hoe reageren vissen op die hoge troebelheid? Jarenlang verhinderde zuurstofloosheid stroomopwaarts Antwerpen de doortocht van optrekkende vissen. Verspert sediment in suspensie nu de weg? In opdracht van Havenbedrijf Antwerpen bekeek het INBO in een verkennende studie de grootste risico’s in de Zeeschelde.

Trekvissen en zeevissen waarvan de jonge vissen opgroeien in het estuarium vormen de grootste risicogroep. Voor elke  aandachtssoort zochten we op basis van het vismeetnet Zeeschelde naar het ‘ecologische kwetsbaarheidsvenster’ in tijd en ruimte. In de Beneden-Zeeschelde zijn april, mei en juni de maanden met de grootste kans op negatieve effecten omwille van de aanwezigheid van eitjes,  larven en juvenielen van fint, stekelbaars, bot en haring, en optrekkende glasaal. In de Boven Zeeschelde kunnen ook februari en maart reeds problematisch zijn voor de dan aanwezige spieringlarven.

Het is wellicht aangewezen om op bepaalde plaatsen en in bepaalde periodes extreme troebelheid in de Zeeschelde te vermijden.

We weten echter nog onvoldoende over de levenscyclus, het habitatgebruik en de paaihabitat van vissen in de Zeeschelde én over de kritische ondergrens voor blootstelling van de verschillende levensstadia om onderbouwde milderende maatregelen te formuleren. Een vergelijking met andere estuaria kan dit verder verhelderen, maar elk estuarium gedraagt zich anders.

Erika Van den Bergh, Ine Pauwels en Jan Breine

Meer lezen: Van den Bergh E, Pauwels I en Breine J (2018). Vissen en sediment in de Zeeschelde. Een beknopte risico analyse voor het Strategisch-MER Complex Project Extra Containercapaciteit Antwerpen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2018 (75). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.

Feedback