Samentuin

Landschapstuin | Tuinencomplex | Zorgtuin | Samentuin | Stadstuin

Greet Heylen is mede-oprichter van de ecologische samentuin ‘Silsburg’ te Deurne en bezieler van het Platform Stadslandbouw in Antwerpen. Veel maatschappelijke problemen vinden hun oorsprong in een gebrek aan vertrouwen in elkaar en in een gebrek aan verbondenheid met de omgeving. Een samentuin brengt mensen terug samen en terug dichter bij de natuur. Afhankelijk van de locatie en de mensen die je bereikt, ligt de nadruk meer op het sociale aspect of meer op de voedselproductie.

“Een samentuin is geen doel, het is middel om mensen te verbinden met elkaar, hun omgeving en de natuur.”

Hoe ben je terecht gekomen in het verhaal van transitie en samentuinen?

Vier jaar geleden zijn een aantal burgers in Deurne zich spontaan beginnen organiseren om dingen te veranderen. We wilden ons inzetten om een meer duurzame en gelukkigere en veerkrachtigere samenleving te maken en wilden niet wachten tot het beleid of de wetenschap of god weet wie met dé oplossing komt. We begonnen er gewoon zelf aan van onderuit en zo werd het burgerinitiatief ‘transitie Deurne’ opgericht. Ik heb mee aan de kar getrokken om die transitiebeweging op te richten.

Hoe kwam je vanuit die transitiegedachte terecht bij het samentuinproject?

Een samentuinproject is tegelijk een sociaal project en een voedselproject. Onze gangbare manier van voedsel produceren en consumeren belast onze omgeving, de natuur, onze gezondheid en maakt het voor de producenten moeilijk om rond te komen. We exporteren in Vlaanderen ook grote hoeveelheden landbouwproducten, maar zijn voor veel basisproducten volkomen afhankelijk van invoer uit het buitenland. Dat maakt ons heel kwetsbaar. Tezelfdertijd is er lokaal voldoende kwalitatieve landbouwgrond beschikbaar om ons voor een groot deel in die basisproducten te voorzien. Mensen uit een stad staan zo ver af van de natuur en de landbouw dat ze zich niet altijd bewust zijn van de problemen die ons huidige economische en voedselsysteem met zich meebrengt. Ze weten niet meer hoe een wortel groeit en onderschatten het belang van de natuur voor ons voortbestaan. Daarbij komt nog dat meer en meer mensen in onvrede leven met de manier waarop onze maatschappij functioneert. Veel maatschappelijke moeilijkheden vinden hun oorsprong in een gebrek aan vertrouwen in elkaar en aan verbondenheid met de omgeving. Een samentuin is dan een mooi project om mensen samen te brengen, terug dichter bij de natuur te brengen en respect te doen krijgen voor de boerenstiel. Afhankelijk van de locatie en de mensen die je bereikt ligt het accent meer op het sociale of meer op de voedselproductie.

Hoe start je een samentuin in een stad waar ruimte altijd schaars is?

Eén van de eerste initiatieven was het Drakenhof, een klein samentuintje op een volkstuinsite. Dat trok heel veel buurtbewoners aan en was een groot succes. Een jaar later kregen we de kans om te verhuizen naar een veel groter braakliggend perceel, waar de samentuin Silsburg uitgroeide tot het omvangrijkste project van Transitie Deurne.
Ruimte vinden is inderdaad een cruciaal element. Vaak gaat het om verloren hoekjes in de stad, investeringsgrond, braakliggende terreinen die wachten op verkaveling. Financieel is het onhaalbaar om dergelijke grond te kopen en erop te boeren. Maar via een overeenkomst met de eigenaar, die graag een goed onderhouden terrein heeft zonder sluikstort en met de nodige sociale controle, is er zelfs in Antwerpen nog heel wat mogelijk. Het blijft wel tijdelijk, maar dat is ook vaak een rekbaar begrip. Zo is het Silsburgs perceel al sinds mensenheugenis onbebouwd en is er voorlopig geen sprake van bebouwing.
Hoe werkt zo’n samentuin?

We telen samen groenten op ongeveer één hectare grond, omgeven door ruigte en jong bos. Iedereen is welkom, er is geen lidmaatschap. Met een vrijwillig permanentiesysteem zorgen we ervoor dat er twee tot drie dagen per week iemand aanwezig is om het tuinhuis open te houden, geïnteresseerden wegwijs te maken en uitleg te geven. Doorheen de voorbije vier jaren zijn er honderden mensen gepasseerd. Een twintig à dertigtal onder hen komt regelmatig meewerken. Het is opmerkelijk hoe goed het mensen doet om met de grond bezig te zijn. Of dat nu heel productief is of niet maakt weinig uit.

We tuinieren in volle grond, zonder chemische stoffen. In tegenstelling tot veel andere samentuinen, is onze grond niet vervuild. Het blijft natuurlijk wel tuinieren in een stad. We zitten naast een grote baan, dichtbij de autostrade, dus dat brengt geluidsoverlast en allerlei uitlaatgassen met zich mee. Perfect zullen die omstandigheden niet zijn voor groententeelt, maar zijn de groenten uit de supermarkt wel perfect?

We maken gebruik van de principes van permacultuur. Dat komt er vaak op neer dat je de logica van de natuur en je gezond boerenverstand volgt. We zijn met heel wat deelnemers die er wel iets van kennen, maar het blijft een leerproces. En het is toffer om samen te staan sukkelen dan in je achtertuin alleen je hoofd te breken over de beste aanpak. Ons respect voor de boerenstiel groeit zienderogen. Het blijft wel tuinieren. Daarin verschillen we bijvoorbeeld van professionele stadslandbouw. ‘Boer zijn’ is echt wel een vak. Hun kolen zien er anders uit dan die van een samentuin. Maar door zelf te tuinieren heb je ook meer respect voor de boer en het voedsel dat hij produceert. Voor een stad gaat samentuinen hand in hand met stadslandbouw. Bij de samentuin is het ook fijn dat mensen terug meer en meer tuinieren en het contact zoeken met voedselproductie want zeker in een stad staan we er heel ver af - extreem ver soms - dat ze zelfs niet meer weten hoe dat worteltje groeit, en dan is zo’n samentuin zeker een fijne manier om dat terug te leren kennen.

De oogst verdelen we tussen de aanwezigen. Zo krijgen mensen die regelmatig komen veel groenten, zij die minder komen minder. Voor de werkverdeling is het soms wat zoeken. Soms zijn er veel mensen en regent het, dan is er weer veel of zwaar werk en weinig volk om het uit te voeren. We leggen niet op wat er wanneer moet gebeuren. Mensen moeten er ook zin in hebben. Eén hectare grond is best veel werk. Voor een deftige oogst is driemaal per week tuinieren een minimum. Daarom trekt een samentuin zeker die inwoners aan die zich overdag kunnen vrijmaken en contact zoeken. Daar zijn heel wat maatschappelijk kwetsbare mensen bij. Voor hen ligt de focus voor een keer niet op hun problemen. Het tuinieren is de kern en dat is een heel neutraal, constructief doel. Na een aantal jaar met transitie bezig te zijn, besef je ook dat als je de wereld wil veranderen, je in de eerste plaats moet starten bij een innerlijke transitie van de mensen die deelnemen. Bij zo’n gedragswijziging kom je ook heel wat persoonlijke issues tegen. Door de manier waarop we met elkaar communiceren en omgaan proberen we elkaar naast een ecologisch bewustzijn ook een positieve, liefdevolle levenshouding mee te geven. Verbindende communicatietechnieken en manieren om wrevels uitpraten zonder de ander aan te vallen, staan daarbij centraal.

Wat zijn je conclusies na vier jaar samentuinen?

Toen wij begonnen, waren we één van de eerste samentuinen. Nu zijn er in de hele stad Antwerpen zo’n dertigtal. Dat is ontzettend geboomd. Ook wat stadslandbouw betreft overigens: er zijn op twee jaar tijd heel wat extra boeren gestart, maar ook korte keten initiatieven, boerenmarkten, de stadsboerderij. In het begin zocht de stad ook naar een manier om die projecten te ondersteunen en al vrij snel konden de initiatieven aanspraak maken op een subsidie. Het eerste jaar op 1500€, het tweede jaar op 1000€ en het derde jaar op 500€. Daarnaast organiseren we elk jaar enkele feesten en samen zorgt dat ervoor dat het geheel financieel break even draait.

Ondertussen komt VELT een aantal lessen geven. Het Ecohuis plant dan weer geregeld een overleg met alle uitbaters van de samentuinen of een grote samentuindag om ervaringen uit te wisselen. Want al die samentuinen gaan een bepaald proces door en komen dezelfde toffe dingen maar ook valkuilen tegen, dat is heel treffend. Het toffe is dat zo’n project een ontzettende dynamiek in gang zet. Anderzijds merken we ook dat we na al die jaren een beetje vastlopen. Je botst op de limieten die mensen nog aankunnen. Dat systeem met die permanenten is op zich een goed draaiend systeem. Maar het is te zwaar voor de mensen die dat constant dragen en eigenlijk moet je hier, volgens ons aanvoelen, evolueren naar een stuk professionalisering. Het zou goed zijn moest daar toch minstens een soort vrijwilligersvergoeding tegenover staan. Daarover worden recent wel gesprekken gevoerd met de districtsschepen.

Naast de samentuinen is er vanuit de stad een switch gemaakt naar een project dat ‘stadsmakers’ noemt in Antwerpen. Alle mensen die de stad op één of andere manier willen verbeteren kunnen daar subsidies aanvragen.

Is er binnen het samentuinproject ook aandacht voor biodiversiteit en groene infrastructuur?

Het terrein waarop we tuinieren is behoorlijk biodivers: een deel is ruigte, een ander deel een gezond pioniersbos. Dat bos laten we ongemoeid. We vertrekken van de natuurlijke omstandigheden: we houden rekening met de natuurlijke afwatering, bosplanten als frambozen planten we aan de bosrand en heel wat van de kruiden die er spontaan groeien, bv. guldenroede en Sint-Janskruid laten we staan tussen onze groentebedden. Dat geeft een beetje een chaotische indruk, maar ondersteunt de stabiliteit van het ecosysteem. Een productiviteit en biodiversiteit hoeven zo niet in strijd te zijn met elkaar. Ook bij de stadsboerderij, een professionele boerderij, zie je bv. dat je een hoge productiviteit kan bekomen als je met de natuur meewerkt en een goed evenwicht vind tussen natuur en cultuur.

Door het vrijblijvende karakter van de tuin, komt het merendeel van het werk terecht bij een kernteam van een vijftal personen. Het permanentiesysteem op zich draait goed, maar wordt zwaar om te dragen voor een vrijwilliger. We merken dat ons voortbestaan samenhangt met een zekere professionalisering. Momenteel overleggen we met het district over een soort vrijwilligersvergoeding voor de mensen die zulk organisatorische engagement opnemen.

Om de dynamiek te verzekeren, zouden we in de toekomst wat meer jonge gezinnen structureel willen betrekken. Dat is niet evident, want die hebben het allemaal superdruk. Ze vinden het een geweldig project, maar het vergt een grote inzet.

Op dit moment beheren we het hele perceel met alle deelnemers. Nu denken we na over een soort peter- of meterschap voor bepaalde gewassen om iets georganiseerder te werk te kunnen gaan.

Koester je nog ambities voor de toekomst?

Er ontstaan zeer veel burgerinitiatieven gaande van ontbijtcafés, tot volkskeukens, samentuinen of deelmarkten. En dat is zeer positief, maar dat blijft in de vrijetijdssfeer hangen waarbij een kleine groep mensen vaak zeer veel engagement opnemen. De transitie die nodig is om een samenleving gezonder te doen functioneren is niet enkel “vrije tijd”. Dat moet mainstream worden. Meer en meer mensen beginnen vast te lopen of vragen te stellen bij hun huidig werk en willen een andere richting uit. Er moet een nieuwe economie ontstaan die vertrekt vanuit dat duurzaamheidskader, zoals het project “REconomy”. Hierbij ontstaat er vanuit de samenleving een soort nieuwe economie waarbij het lokale heel centraal staat samen met duurzaamheid en faire economie. Ook professioneel wil ik dergelijke projecten opstarten en ondersteunen.

Beleidsaanbevelingen:

  • Zorg voor een netwerk van duurzame stadslandbouw met stadsboerderijen, samentuinen en alle mogelijke tussenvormen. Breng landbouw terug dichter bij de stad en voedsel terug dichter bij de consument. Op een hoger schaalniveau moet een agro-ecologische landbouwswitch ondersteund worden.
  • Subsidieer en ondersteun duurzame burgerinitiatieven: de stad geeft subsidies en stimuleert het uitwisselen van ervaringen tussen samentuinen, levert ze materiaal voor de opkuis van sluikstort enz. Maar er is ondertussen een stap nodig naar professionalisering waarbij de trekkers van die projecten deels betaald worden voor hun engagement. Een sterke samenwerking met de lokale overheid is hiervoor vereist. Zulke samenwerking zou ook in andere gemeenten een meerwaarde kunnen betekenen.
  • Zorg voor een goed lange termijnplan voor agro-ecologische landbouw, groenvoorziening en sociale cohesie: Een overheid of het nu Vlaams of lokaal is, moet meer investeren in een lange termijnplanning. Groeien naar meer diversiteit, multifunctionaliteit en samenwerking met de natuur past niet binnen één ambtstermijn, daar moet je een goede visie en een plan voor de komende 20 – 30 jaar voor hebben. Elke beslissing die je nu neemt, zou je aan dat plan moeten toetsen. Zo’n plan moet goed aflijnen wat optioneel is en wat cruciaal. Als de biodiversiteit eraan is, zijn wij eraan. Of een gebouw of voetbalveld er wel of niet komt, daar ga je niet van sterven.
     

Meer info:

 

 

Bijlage(n) 
Feedback