Rugstreeppadpopulaties onder de genetische loep genomen (NB 03/16)

Heel wat amfibiesoorten hebben het moeilijk in Vlaanderen. Dat is ook het geval voor de rugstreeppad. Het is niet eenvoudig om met traditionele methodes de staat van rugstreeppadpopulaties te beoordelen. Daarom onderzochten we op vraag van het Agentschap voor Natuur en Bos de genetische toestand van rugstreeppadden uit 18 locaties. Met behulp van 11 microsatellietmerkers probeerden we om de metapopulatiestructuur te definiëren en om recente migratie tussen deelpopulaties op te sporen. We bepaalden ook het niveau van de genetische diversiteit en de effectieve populatiegrootte, een maat voor de weerbaarheid tegen drift en inteelt.

Uit onze resultaten blijkt de meerderheid van de populaties in een minder goede toestand te verkeren. Zo is de genetische variatie binnen de populatie van het Klein Schietveld (Antwerpen) opmerkelijk laag, ondanks de grootte van het leefgebied. In Landen vormen het kleine leefgebied en de geïsoleerde ligging een knelpunt voor het voortbestaan van de populatie. De toestand van andere populaties is minder kritiek, maar ook niet optimaal. Ook daar stelden we een beperkte genetische variatie, een kleine effectieve populatiegrootte, een beperkte genenuitwisseling of een combinatie van deze factoren vast. Een drietal populaties doen het ogenschijnlijk wel goed, maar vertonen tekenen van sterke drift, een daling in populatiegrootte of een daling in immigratie uit andere populaties.

Op basis van dit onderzoek formuleerden we aanbevelingen voor het beheer van de onderzochte populaties. We konden ook de meest geschikte bronpopulaties aanduiden voor de herintroductie van rugstreeppad in de Zwinstreek..

Karen Cox

Meer lezen?

Feedback