De grootste beuken ter wereld staan wellicht in het Zoniënwoud

28-09-2018
Brussel
Dikste beuk in Zoniën (foto INBO)

Vorig jaar erkende UNESCO de onbeheerde bosreservaten van het Zoniënwoud als werelderfgoed. Samen met enkele tientallen andere onbeheerde beukenbossen werden ze samengebundeld in één werelderfgoed-site met de naam ‘Ancient and Primeval Beech Forests of the Carpathians and Other Regions of Europe’.

Onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) vergeleken nu de oude beuken in het Vlaamse bosreservaat, dat werd opgericht door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), met deze in tientallen andere beukenreservaten in Europa. Daarbij werd vooral naar de echte ‘woudreuzen’ gekeken, dat zijn bomen met een stamdiameter van 80 cm en meer. Uit deze vergelijking blijkt dat de beuken van het Zoniënwoud uitzonderlijk dik en hoog zijn.

In de oerbossen en andere oude bossen elders in Europa worden beuken zelden dikker dan 100-120 cm diameter en komen gemiddeld 5 à 10 woudreuzen per ha voor. In het bosreservaat van het Zoniënwoud vinden we heel wat bomen die 130-140 centimeter halen, en de dikste boom in het reservaat is net geen 160 cm dik. Bovendien staan er 3 tot 4 keer zoveel woudreuzen per ha dan in de echte oerbossen.

Daar komt nog bij dat de bomen ook uitzonderlijk hoog zijn. In een gemiddeld beukenbos worden de bomen 30-35 meter hoog, op de beste plaatsen zo’n 40 meter, maar in het Zoniënwoud worden ze gemiddeld 45 meter hoog, met uitschieters tot net geen 50 meter. De combinatie van die uitzonderlijke dikte en hoogte maakt dat de woudreuzen in Zoniën wel uitzonderlijk groot zijn, wellicht zelfs de grootste beuken van Europa. En vermits beuken alleen voorkomen in Europa, zouden het dan ook meteen de grootste beuken ter wereld zijn.

Niet alleen de afmeting van deze woudreuzen maakt het Zoniënwoud vrij uniek, ook het feit dat het er zo veel zijn. Dat is te danken aan een samenloop van omstandigheden. Zo zijn het klimaat en de bodem hier zeer gunstig voor een goede boomgroei. Bovendien zijn de beheerders al meer dan 100 jaar heel terughoudend om oude bomen te kappen. Een aantal zwaardere kappingen in het begin van de 20ste eeuw leidden immers tot heel wat protest, zelfs tot in het nationale parlement. De bomen in de bosreservaten worden hoedanook niet meer gekapt : daar heeft ANB bewust de keuze gemaakt om niet meer in te grijpen. In het oudste deel van het reservaat werd deze beslissing al 35 jaar geleden genomen.

De bomen in het reservaat worden al ruim 30 jaar opgemeten en opgevolgd. Daardoor weten we precies hoeveel ze zijn bijgegroeid en hoeveel bomen er door natuurlijke processen zijn afgestorven. Daaruit blijkt dat zelfs de oude woudreuzen, met een leeftijd van ongeveer 250 jaar, nog heel vitaal zijn: het sterftecijfer ligt bij deze bomen niet hoger dan bij beuken van een gemiddelde leeftijd en bedraagt minder dan 1% per jaar. Bovendien groeien deze reuzen nog als kool: ze worden gemiddeld nog bijna een halve centimeter per jaar dikker. Dat lijkt niet zo veel, maar op het volume van zo’n dikke en hoge boom is dat heel wat biomassa. En als er al eens een boom afsterft staat de volgende generatie al klaar om de vrijgekomen ruimte in te nemen.

De beuken in het bosreservaat hebben het uitzonderlijk droge en warme weer van de voorbije maanden goed doorstaan. De forse groei van de oude beuken en de vele jonge beukjes die al klaar staan om het over te nemen lijken er ook op te wijzen dat het succesverhaal van beuk in het Zoniënwoud, dat al ruim 2000 jaar aan de gang is, nog niet zo snel afgelopen zal zijn.

 

Persinfo 
Luc De Keersmaeker (0477 56 06 13) en Kris Vandekerkhove (0478 28 17 05), senior wetenschappers INBO
Feedback