Over de fladderiepen die ooit thuis waren in de hardhoutooibossen (NB 12/15)

Van nature is fladderiep in onze streken een nogal zeldzame bewoner van hardhoutooibossen, een bostype dat nog slechts zeer beperkt voorkomt in Vlaanderen, door onder andere de indijking van onze grotere rivieren. De soort werd in het verleden ook vrijwel niet aangeplant. Fladderiepen zijn daardoor weinig bekend in Vlaanderen en de Lage Landen. Er sneuvelen af en toe oudere bomen aan de olmenziekte, maar minder dan bij de bekendere ruwe en de gladde iep. De kever die de ziektekiem overbrengt lust de bast van deze laatste liever.

Verspreid over Vlaanderen zijn nog een tiental groeiplaatsen van fladderiep bekend. Het zijn telkens heel sterk uitgedunde populaties met vaak maar een handvol individuen. Alleen in het zuiden van Limburg, in de streek van Heers, overleeft een iets grotere populatie van vermoedelijk meer dan 30 individuen. Via een morfologische analyse van de bladeren kwamen we tot de vaststelling dat twee van de restpopulaties opvallend afwijken. De populatie in Halle wijkt af door afwezigheid van beharing en de populatie in Zandhoven door een verschillende bladvorm, betanding en splitsing van secondaire nerven. Een variantieanalyse toonde dat de afwijkende kenmerken onder een sterkere genetische controle staan dan de andere onderzochte bladkenmerken. Mogelijk kennen deze afwijkingen hun oorsprong in de sterke ruimtelijke isolatie van de groeiplaatsen, gecombineerd met heel sterk gereduceerde populatiegroottes.

Het INBO legde in samenwerking met ANB zaadboomgaarden aan waarin nagenoeg alle resterende populaties fladderiep aanwezig zijn. Uit de zaden uit die boomgaarden kunnen privé-kwekers genetisch divers plantsoen opkweken. Die genetische variatie is belangrijk voor het herstel van de fladderieppopulaties.

Kristine Vander Mijnsbrugge

Vander Mijnsbrugge K, Leclercq R, Michiels B (2015) Dissection of leaf morphological traits from isolated and declined relict populations of Ulmus laevis reveals putative random ecotype evolution. Plant Systematics and Evolution doi: 10.1007/s00606-015-1255-5

Feedback