Over de elzen in elzenbroekbossen (JB-15)

Elzenbroekbossen behoren tot het zeldzame habitattype 91E0. Dit bos op natte standplaatsen wordt, zoals de naam doet vermoeden, gedomineerd door zwarte els. Bij uitbreiding van dit bostype kan beroep gedaan worden op natuurlijke verjonging van zwarte els wanneer zaadbomen in de omgeving aanwezig zijn.

Een mogelijk risico hierbij is het ontstaan van spontane hybriden tussen zwarte els en de in het verleden frequent aangeplante niet-inheemse (en niet-invasieve) grauwe els, als deze laatste ook aanwezig is in de omgeving. Tussen nakomelingen opgekweekt uit zaad dat geoogst werd in autochtone bestanden van zwarte els, waar ook grauwe els aanwezig was, zagen we individuen met kenmerken die liggen tussenzwarte en grauwe els: een gradiënt van bladvormen gaande van typische zwarte els, eerder rond, naar typisch grauwe els, sterk gepunt. Toevoegen van knopkenmerken, vruchtkenmerken en andere bladkenmerken zoals beharing, scheidde de onderzochte bomen in twee mooie groepen, de zwarte en de grauwe elzen, die we ook in het onderzoek opnamen, met slechts drie intermediaire bomen. Eén van deze drie bomen droeg vruchten en de zaden hiervan vertoonden een normaal kiempercentage, vergelijkbaar met zaden afkomstig van bomen met zuivere zwarte-els-kenmerken.

Niet enkel bij natuurlijke verjonging, maar ook bij zaadoogst op zwarte els kan best rekening gehouden worden met mogelijke hybridevorming wanneer grauwe els aanwezig is in de omgeving.

Kristine Vander Mijnsbrugge

 

Variatei zwarte els - grauwe els

Links: de maximale waargenomen variatie tussen bladeren met een scherpe tip (grauwe els) en bladeren met een inkeping (zwarte els). Deze vormvariatie is onafhankelijk van de werkelijke grootte van de bladeren.
Midden: de maximale waargenomen vormvariatie in de breedte van de bladeren. Deze vormvariatie is ook onafhankelijk van de werkelijke grootte van de bladeren.
Rechts: doortekening van een blad van een hybride tussen beide elzensoorten.

Vander Mijnsbrugge K (2015) Morphological dissection of leaf, bud and infructescence traits of the interfertile native A. glutinosa and non-native A. incana in Flanders (northern part of Belgium). Trees Structure and Function doi: 10.1007/s00468-015-1247-7

Feedback