Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Offshore windparken en zeevogels: Fatal attraction? (JB-14)

In de periode 2008-2014 werden op het Belgisch deel van de Noordzee drie offshore windmolenparken gebouwd, samen goed voor 182 turbines. Gelijklopend met de bouw en exploitatie van deze windmolenparken voerde het INBO onderzoek uit naar het effect van deze ingrijpende verandering in het mariene milieu op het voorkomen en de verspreiding van zeevogels. Vanaf de onderzoeksschepen Simon Stevin en Belgica werden hiertoe maandelijks zeevogels geteld langsheen vaste monitoringsroutes doorheen de windparkzones en zogenaamde controlegebieden.

Zoals verwacht bleek dat sommige vogels de windparkzones mijden. Jan-van-gent, zeekoet & alk – alle drie echte zeevogels – werden duidelijk verstoord door de aanwezigheid van windmolens in hun gewoonlijk open leefgebied. Andere soorten bleken dan weer aangetrokken te worden tot de windparken, met name de meer kustgebonden zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw. Voor zilvermeeuw namen de aantallen in het windpark op de Bligh Bank zelfs toe met een factor 10. De windparken bieden voor deze vogels rustgelegenheid op de windmolenfunderingen en de transformatorplatforms. Bovendien is de aanwezigheid van windmolens van invloed op het onderwatermilieu: de turbinefunderingen ontwikkelen zich in korte tijd tot enorme artificiële riffen, wat op termijn mogelijk ook een gunstige invloed kan hebben op het voedselaanbod voor zeevogels.

Dat sommige vogels worden aangetrokken tot de parken is niet meteen goed nieuws. Aan de hand van een theoretisch aanvaringsmodel schatten we dat de verhoogde dichtheden vogels in het Bligh Bank windpark kunnen leiden tot bijna 2 aanvaringsslachtoffers per turbine per jaar. Eens het volledige windpark-concessiegebied is volgebouwd (564 geplande windmolens) betekent dit ruim 1.000 aanvaringsslachtoffers per jaar, waarvan het overgrote deel (98%) meeuwen. Rekening houdend met het feit dat het Europees marien gebied uiteindelijk plaats zal bieden aan ruim 10.000 turbines, is het heel goed mogelijk dat de verhoogde mortaliteit door aanvaringen op termijn ook zal doorwerken op populatieniveau, in het bijzonder voor aanvaringsgevoelige soorten zoals grote en kleine mantelmeeuw.

Nicolas Vanermen, Wouter Courtens, Marc Van de walle, Hilbran Verstraete & Eric Stienen

Meer weten?

(*shared first authorship)

Feedback