Nieuwsbrief mei 2020

Kunnen vleermuisonderzoekers vleermuizen besmetten met Covid-19?

Na SARS-CoV in 2002 en MERS-CoV in 2012 is het recent ontdekte SARS-CoV-2 (Covid-19) een nieuw Coronavirus dat van dier op mens is overgesprongen. Volgens genetisch onderzoek is het virus van een Chinese vleermuissoort, al dan niet via andere tussengastheersoorten, bij de mens terechtgekomen. Het virus zelf is nog niet teruggevonden bij Europese vleermuissoorten. Zouden vleermuisonderzoekers dan onze vleermuizen kunnen besmetten?
 

Bevers houden van de rust op afgekoppelde meanders

Het INBO rustte 22 bevers uit met een staartzender om hun verplaatsingen te kunnen volgen. Het bleek dat ze leefden in strikt gescheiden territoria van ongeveer 5-6 km rivierlengte. Waar mogelijk maakten ze hun burchten in afgekoppelde meanders en bleven ze daar. De kans op bijkomende graafschade in de dijken van de hoofdwaterloop is daardoor kleiner.

Monitoringsprotocollen voor soortenmeetnetten bijgewerkt

Een monitoringsprotocol beschrijft voor een plant of dier in detail de telmethode, de telperiode en de selectie van de te tellen locaties. INBO had al een aantal van die protocols uitgewerkt bij het opstarten van de soortenmeetnetten vier jaar geleden, en heeft er recent enkele geactualiseerd.
 

Vlaamse plassen: ‘dieper’ denken is nodig

Het ‘verondiepen’ van plassen lijkt vaak een voor de hand liggende ‘win-win’. Het biedt immers de mogelijkheid om grondoverschotten van grote openbare werken of, al dan niet verontreinigd, baggerslib te bergen. Maar is dat wel zo? Een INBO advies onderzoekt het grondig.
 

Bosvitaliteit lijdt onder droogte van voorbije jaren

Zowel in 2018 als in 2019 leed de natuur onder verschillende hittegolven en zagen we opvallende droogtesymptomen op bomen en struiken, zoals bladverkleuring en vervroegde bladval. De beuken kregen het in 2018 lastig, maar in de proefvlakken op de rijkere bodems hielden ze in 2019 goed stand.

Grondwatermeetnet aan de kust hertekend

Duinvalleien, de natte depressies in onze kustduinen, bevatten zeer waardevolle natuur. Hun behoud hangt onder andere af van grondwaterniveaus. Om dat te monitoren, bestaat er een uitgebreid netwerk van meetpunten. Op vraag van Natuur en Bos optimaliseerde het INBO dit netwerk.
 

“R” helpt om automatisch de habitatkwaliteit van Natura 2000-habitattypes te bepalen

Het INBO ontwikkelde een ‘package’ in de programmeertaal R voor de verwerking van monitoringsgegevens. Om ook onderzoekers buiten het INBO de kans te geven om deze tool te gebruiken, is ze online beschikbaar en vergezeld van uitgebreide documentatie en handleidingen.
 

Kan recreatief gebruik gecombineerd worden met ecoducten?

Het INBO bevroeg tien experten en twee belanghebbenden over hoe zij staan tegenover eco-recreaducten. Dat zijn ecoducten waarbij fietsers, wandelaars of ruiters een deel van de brug kunnen gebruiken. Volgens de meerderheid van de deelnemers kan een eco-recreaduct een valabel multifunctioneel alternatief voor ecoducten zijn wanneer aan bepaalde randvoorwaarden voldaan wordt.
 

Visbestand Sigmagebied lijkt de goede weg op te gaan

Na een nulmeting in 2009 maakte het INBO vorig jaar opnieuw een stand van zaken op van het visbestand in het Sigmagebied.  De nieuw aangelegde habitats zijn er nog in volle ontwikkeling en het gaat nog een tijdje duren voor er meer diversificatie komt. Maar het lijkt wel de goede weg op te gaan.
 

Aantal soortbeschermingsplannen en –programma’s (Indicator in de kijker)

De indicator ‘aantal soortbeschermingsplannen en -programma’s’ toont de evolutie van het aantal plannen en programma’s die zijn opgesteld op vraag van, of in samenwerking met Natuur en Bos.  Tot eind 2013 zijn er 18 soortbeschermingsplannen opgesteld. Daarna spreken we van soortbeschermingsprogramma’s. In 2014 was er dat één en daarna jaarlijks vier. In 2019 zijn programma’s voor poelkikker, heikikker, rugstreeppad en kamsalamander goedgekeurd.
 

Feedback