De kantoren van het INBO zijn gesloten, maar onze medewerkers zijn bereikbaar op hun mobiel nummer.

Nieuwe veldolmen voor landschaps- en natuurprojecten (NB 05-17)

Het Europese project GENRES CT 96-78 (1997-2001) was het begin van een langdurig partnerschap tussen het INBO en de Franse onderzoeksinstelling IRSTEA (de projectcoördinator). Het project richtte zich op de uitbouw en evaluatie van Europese collecties inheemse iepen en een duurzaam behoud van de biodiversiteit binnen deze soorten. Daarnaast werden olmen gescreend op hun gevoeligheid voor de olmenziekte. Tot voor de opkomst van de olmenziekte was de olm in Vlaanderen een zeer algemene soort. Olmen worden nu nog maar weinig aangeplant uit vrees voor de olmenziekte. Nochtans zijn ze nog steeds nuttig in kleine landschapselementen, bijvoorbeeld in hagen en houtkanten.

Vijftien jaar na het einde van het project heeft IRSTEA, samen met het Franse ministerie van Landbouw en Bos, klonen van de veldolm (Ulmus minor Mill) vrijgeven. Dat wil zeggen dat er geen kwekersrechten op gelden. Ze selecteerden zeven olmenklonen op basis van hun relatief goede ziektetolerantie. Deze klonen zijn geschikt voor landschaps- en natuurprojecten. Voor houtproductie zijn ze niet geschikt, omdat ze niet helemaal resistent  zijn tegen de olmeniekte.

Een van die klonen komt uit de INBO-collectie. Deze INBO-kloon wordt onder de naam 'Jos Van Slycken' in omloop gebracht, ter herinnering aan Jos Van Slycken (1950 - 2012), voormalig wetenschappelijk directeur van het INBO en destijds de drijvende kracht achter het behoud van de genetische diversiteit in onze Vlaamse bossen.

An Vanden Broeck

>> Bericht op de site van CREPAN (Comité Régional d’Étude pour la Protection et l’Aménagement de la Nature en Normandie)

 

Feedback