Natuurpunt Boerderij

Natuurpunt | Bolhuis | Open Veld | De Ploeg

Voor het beheer van zijn reservaten werkt Natuurpunt het liefst samen met landbouwers. Sommige gebieden zijn daar echter te schraal of te nat voor. Daarom worden rassen van koeien, paarden en schapen ingezet, die aangepast zijn aan deze terreinen. Door de begrazing krijgen de reservaten structuurvariatie en worden ze opengehouden, wat de biodiversiteit ten goede komt. Daarenboven is het ook aantrekkelijk voor wandelaars. Karen Helsen coördineert de zorg voor de kudde. Om de kosten van het graasbeheer deels terug te verdienen en de kudde te verjongen, wordt natuurvlees vermarkt via het duurzaam distributiebedrijf Veeakker.

“Onze kudde bestaat uit robuuste, zelfredzame rassen, aangepast aan het natuurterrein dat ze moeten begrazen.”

Kan je het begrazingsproject van Natuurpunt toelichten?

Voor het beheer van onze reservaten werken we liefst samen met lokale landbouwers. Dat betekent een winst voor ons en voor de landbouwer. De meerderheid van onze gronden wordt op die manier beheerd. Een groot deel van onze gronden zijn echter te schraal of te nat en dus minder interessant voor landbouwers. Om deze gronden een blijvend beheer te geven, zijn we gestart met een eigen kudde. Zo’n 2.500 ha van onze gronden wordt begraasd.

Kan je iets meer vertellen over de kudde?

De kudde bestaat voornamelijk uit runderen, maar ook paarden en schapen worden ingezet. Het gaat om zo ‘n 1000 koeien, 250 paarden en 200 schapen. Wij werken hoofdzakelijk met Galloway-runderen. Wij hebben ook één grote kudde Aberdeen-Angus en we hebben nog een heel kleine kudde Oost-Vlaams roodbont. Met de koeien wordt bewust gekweekt. Omdat er een verschil is in begrazingspatroon tussen runderen en paarden, worden ook gemengde (runderen en paarden) begrazingsgroepen ingezet. Schapen worden ingezet omdat je daarmee kan ‘herderen’; de begrazing sturen. Je kan met de schapen rondtrekken of je kan een kudde schapen op één plek laten grazen tot de ongewenste vegetatie opgegeten is.
Het is essentieel dat de runderrassen waarmee we werken zelfredzaam zijn. De geselecteerde rassen zijn winterhard en kunnen zonder problemen kalveren in het natuurgebied, zonder menselijke hulp. Wanneer er minder gras is, gaan ze wat meer bladeren van bomen of bramen eten. Ze vinden altijd genoeg voedsel. De paarden blijven het hele jaar rond in hun gebied en worden minder snel vervangen dan koeien.

Waarom worden grazers ingezet voor het beheer?

Op die manier krijgen de gronden een beheer dat de biodiversiteit bevordert. Door begrazing ontstaat er structuurvariatie en de openheid wordt behouden. Het is ook attractief. Wandelaars vinden het fijn om de dieren tegen te komen. Sommige wandelaars gaan bewust op zoek naar gebieden waar ze onze grazers kunnen tegenkomen.
We hebben heel wat gebieden die te klein zijn of ‘s winters te nat zijn om het hele jaar door aan begrazing te doen. In dat geval worden de dieren opgevangen in één van onze vier boerderijen. Het bijvoederen in de winter gebeurt met zelf geproduceerd hooi uit onze natuurgebieden. Omdat we zelf weinig akkers hebben, werken we voor het afzetten van de mest samen met biolandbouwers. Daarnaast zijn er een aantal reservaten met jaar rond begrazing. Hiervoor zijn grote, aaneengesloten gebieden nodig.

Een deel van de veestapel wordt ook geslacht en verkocht als natuurvlees?

Ja, dieren worden geslacht om een deel van de kosten van het beheer terug te verdienen en om de kudde te verjongen. Via Veeakker, een distributiebedrijf dat werkt rond duurzaamheid, worden onze Galloway-producten vermarkt.
De verkoop van natuurvlees is dus eerder een nevenactiviteit, de focus ligt steeds op het verhogen van de biodiversiteitswaarden in onze gebieden. Omdat vooral in functie van de natuur begraasd wordt, vallen onze koeien in de winter misschien iets meer af dan in commerciële biolandbouwsystemen. Per natuurreservaat worden de biodiversiteitsdoelen geëvalueerd. Het beheer en dus ook de begrazing wordt in functie daarvan bijgestuurd.

Heb je nog wensen of ideeën voor de toekomst?

Het zou leuk zijn moesten onze natuurgebieden zo kunnen groeien, dat onze dieren er het hele jaar door in terecht kunnen. Dat maakt de bedrijfsvoering meer natuurlijk.
Praktisch gezien is er weinig veranderd de laatste 10 jaar. Over het algemeen is er wel een middelentekort voor het beheer, niet enkel het begrazingsbeheer. Dat zou beter kunnen. Ook de striktere regelgeving maakt het ons steeds moeilijker. Er is wel veel administratie bijgekomen. We moeten ervoor zorgen dat alle dieren gevaccineerd worden om te voldoen aan de wetgeving rond dierengezondheidszorg. Daar moeten we heel veel energie in steken. We moeten de dieren vangen, vaccineren, bloed trekken en in de toekomst waarschijnlijk zelfs elimineren en niet meer op de markt brengen omdat ze een bepaalde antistof hebben tegen de griep waar de dieren helemaal niet ziek van zijn. Vaak is dat zo omwille van puur economische redenen. Een idee kan zijn om hier toch enige versoepeling te voorzien.

Meer info:

 

Feedback