Wintervogelpopulaties van internationaal belang (Zeeschelde)

Het internationale belang van de Zeeschelde voor overwinterende watervogels is sinds 2007 sterk afgenomen. Voor de krakeend blijft het gebied echter een internationaal belangrijk overwinteringsgebied.
Bron: 
watervogeldatabank INBO, Wetlands International (norm data)

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator toont het internationaal belang van de Zeeschelde voor overwinterende watervogels. Om het belang van vogelrijke gebieden te toetsen kan men de maximale aantallen in een winterseizoen (okt-maart) vergelijken met de geschatte Noordwest-Europese populatiegrootte (Wetlands International). Wanneer in een gebied minimaal 1% van de populatie verblijft wordt het gebied internationaal belangrijk beschouwd.
Bespreking 

Tegenover de Europese populatie is voor de meeste soorten het internationaal belang van de Zeeschelde gestaag verminderd sinds de periode 2001-2004 tot een overwinteringspercentage lager dan 1% voor pijlstaart, tafeleend, wilde eend en wintertaling. In de winter van 2015-2016 dook ook voor het eerst het aandeel van de krakeend onder de 1% van de populatie. Deze afname in de Zeeschelde tot 2015 is tegengesteld aan de toenemende trend in Vlaanderen (Devos & Onckelinx, 2013) en in Noordwest-Europa (van den Bremer et al., 2015). Daarom is het waarschijnlijk dat de nieuwe Europese populatieschatting (voorzien Wetlands International eind 2020) hoger zal zijn waardoor het aandeel van de populatie in de Zeeschelde relatief lager zal liggen dan het geschatte aandeel op basis van de meest recente populatieschatting in 2012 (Wetlands International, 2012).
De dalende trend in overwinterende watervogels langsheen de rivier de Zeeschelde staat in contrast met de toenemende aantallen waargenomen worden in de vallei waar natuurontwikkelingen in de Antwerpse haven en door het Sigmaplan belangrijke watervogelaantallen aantrekken (Van Ryckegem et al., 2017; Schneiders et al., 2020).
De trend in de Zeeschelde heeft waarschijnlijk te maken met een verminderd voedselaanbod van bodemdieren (Speybroeck, 2012). Enerzijds is er een verminderde aanvoer van organisch materiaal door een verbeterde waterzuivering (bv. waterzuiveringsstation Brussel-Noord op de Zenne), anderzijds is de concurrentie om voedsel ook toegenomen door een toegenomen vispopulatie - vooral sinds 2007 (Breine et al., 2013) en de toename van garnaalachtigen waar de steurgarnaal zich ook voedt met de aanwezige bodemdieren (Van de Meutter et al, 2019). In tegensteling tot de andere eendensoorten voedt de krakeend zich meer met de op harde oeverbescherming groeiende draadalgen. Waarschijnlijk nam deze voedselbron ook af met verminderde nutriënteninput maar informatie ontbreekt die dit aantoont.

Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Feedback