Trend vissen in beken en rivieren

Na vijf periodes van bemonstering zijn geen grote verschuivingen in het voorkomen van visbestanden vast te stellen. Een aantal algemene soorten worden op steeds meer plaatsen gevangen, een aantal nieuwe exoten worden voor het eerst aangetroffen. Een goed teken is dat een aantal beschermde soorten op meer locaties worden gevangen.
Bron: 
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator geeft de trend van het voorkomen van vissen en rondbekken in beken en rivieren weer.
Bespreking 

De figuur toont het procentueel aandeel van het voorkomen van vissen en rondbekken van de 300 afvissingsplaatsen in Vlaanderen waar een soort gevangen werd in de periode 1994-1999, 2000-2005, 2006-2009, 2010-2012. Voor de periode 2013-2018 maakten we gebruik van de gegevens van een nieuwe steekproef, met 345 locaties (VIS-databank, http://vis.milieuinfo.be). Er zijn geen grote verschuivingen vast te stellen in het voorkomen van soorten op beken en rivieren. Het blijven dezelfde algemene soorten zoals driedoornige stekelbaars, paling en riviergrondel, die dominant aanwezig zijn. Deze worden in vergelijking met de vorige periodes wel op steeds meer plaatsen gevangen. Deze drie soorten komen voor het eerst op meer dan de helft van de meetplaatsen voor. Daarnaast zien we ook de nieuwe exoten zwartbekgrondel en kesslergrondel in beken en rivieren verschijnen. Het aantal meetplaatsen met de beschermde bittervoorn, kleine modderkruiper, rivierdonderpad en beekprik is toegenomen.
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) verplichtte de lidstaten om tegen 2015 in alle oppervlaktewaterlichamen de goede ecologische kwaliteit te bereiken. Dit doel is nog niet bereikt. Eveneens is het Vlaams rivierennetwerk nog steeds te sterk versnipperd om een duurzaam herstel van vissoorten mogelijk te maken. De lidstaten hebben uitstel gekregen tot 2027 om dit in orde te brengen.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
zesjaarlijks
Feedback