Trend migrerende vissen (grote migratoren)

In de periode 2010-2012 zijn het aantal locaties zonder migratoren afgenomen, vooral ten gunste van locaties met 2 en 4 migratoren. Een lichte verbetering is vast te stellen maar er zijn nog te weinig migratiebarrières opgelost om een duidelijke verschuiving waar te nemen.
Bron: 
INBO

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator volgt het aandeel migrerende vissen (migratoren) per meetplaats in beken en rivieren op.
Bespreking 

De figuur toont het procentueel aandeel van 300 afvissingsplaatsen in Vlaanderen waar 0 migratoren, 1 migrator, 2, 3, en 4 of meer migratoren werden gevangen in respectievelijk de periode 1994-1999, 2000-2005, 2006-2009 en 2010-2012. (bron: VIS-databank, http://vis.milieuinfo.be). Hoe sterker migratoren zich verspreiden en hoe meer migratoren er in elke meetplaats voorkomen, hoe beter de waterloop ontsnipperd is.
We bekijken enkel die soorten die over grote afstand migreren om zich te voeden of te reproduceren. Dit zijn spiering, rivierprik, zeeprik, steur, paling, elft, fint, houting, grote marene, bot, zeeforel, vlagzalm, beekforel, kwabaal, snoek, kopvoorn, winde, zalm, sneep en barbeel.

Met deze indicator kan op termijn afgeleid worden of de sanering van vismigratieknelpunten het verwachte effect heeft op de migratie van trekkende vissen.

Er wordt een vergelijking gemaakt tussen trajecten (300) die in de 4 periodes bemonsterd werden. Het aantal locaties zonder migratoren is in de periode 2010-2012 met 10% afgenomen t.o.v. de periode 2006-2009 en met 15% t.o.v. 1994-1999. Dit mede dankzij de verbetering van water- en structuurkwaliteit. Toch is het positief dat het aandeel van locaties met migratoren ook ten opzichte van de periode 2006-2009 blijft toenemen. Dit vooral door de stijging van locaties met 2 en 4 migratoren. We kunnen spreken van een (licht) positieve trend. Toch zijn er nog te weinig migratieknelpunten opgelost om te spreken van een echte verschuiving, immers wanneer het aantal opgeloste migratiepunten verder toeneemt zal het aandeel locaties met 4 migratoren een meer duidelijke stijging vertonen.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
onduidelijk
Feedback