Trend migrerende vissen (grote migratoren)

In de periode 2013-2018 is het aantal locaties zonder migratoren verder afgenomen, vooral ten gunste van locaties met 1 en 2 migratoren. Een lichte verbetering is vast te stellen maar er moeten nog meer migratiebarrières opgelost worden om een duidelijke verschuiving waar te nemen.
Bron: 
INBO

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator volgt het aandeel migrerende vissen (migratoren) per meetplaats in beken en rivieren op.
Bespreking 

De figuur toont het procentueel aandeel van het voorkomen van vissen en rondbekken van de 300 afvissingsplaatsen in Vlaanderen waar een soort gevangen werd in de periode 1994-1999, 2000-2005, 2006-2009 en 2010-2012. Voor de periode 2013-2018 maakten we gebruik van de gegevens van een nieuwe steekproef, met 345 locaties (VIS-databank, http://vis.milieuinfo.be). Hoe sterker migratoren zich verspreiden en hoe meer migratoren er in elke meetplaats voorkomen, hoe beter de waterloop ontsnipperd is.
We bekijken enkel die soorten die over grote afstand migreren om zich te voeden of te reproduceren. Dit zijn spiering, rivierprik, zeeprik, steur, paling, elft, fint, houting, grote marene, bot, zeeforel, vlagzalm, beekforel, kwabaal, snoek, kopvoorn, winde, zalm, sneep en barbeel.
Met deze indicator kan op termijn afgeleid worden of de sanering van vismigratieknelpunten het verwachte effect heeft op de migratie van trekkende vissen.
Het aantal locaties zonder migratoren is in de periode 2013-2018 met 28% afgenomen t.o.v. de periode 2010-2012 en met 44 % t.o.v. 1994-1999. Dit mede dankzij de verbetering van de water- en structuurkwaliteit. Het aandeel van locaties met migratoren blijft toenemen. Dit vooral door de stijging van locaties met 1 en 2 migratoren. We kunnen spreken van een (licht) positieve trend. Toch zijn er nog te weinig migratieknelpunten opgelost om te spreken van een echte verschuiving, immers wanneer het aantal opgeloste migratiepunten verder toeneemt zal het aandeel locaties met 4 migratoren een meer duidelijke stijging vertonen.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te zien geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
zesjaarlijks
Feedback