Trend broedvogels van de kust

De populatie kustbroedvogels heeft in de periode 1985-2018 sterke veranderingen doorgemaakt zowel wat betreft soortensamenstelling als aantallen en verspreiding. In de periode 2004-2014 zijn de aantallen sterk achteruitgegaan en zijn vooral kokmeeuw, dwergstern, visdief en grote stern in de problemen gekomen. Vanaf 2015 is er weer een licht positieve trend bij visdief en kokmeeuw als gevolg van de aanleg van nieuwe broedeilanden en bescherming tegen vossen.
Bron: 
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator toont de evolutie van het aantal kustbroedvogels in de voorhaven van Zeebrugge, de Baai van Heist en op het Sternenschiereiland. Elders langs de kust broeden kleinere aantallen (kokmeeuw, zwartkopmeeuw, dwergstern en visdief) of wordt er niet gebroed (grote stern, stormmeeuw). Alleen zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw worden er in grotere aantallen vastgesteld, vooral in Oostende.
Bespreking 

Na een opleving van het aantal kustbroedvogels rond 2004, toen de Vlaamse kust 14.948 broedparen telde, is het aantal sterk afgenomen naar een dieptepunt van 3.037 koppels in 2014. Daarna was er een lichte populatietoename tot 6.142 koppels in 2018.

Ook de soortensamenstelling is sterk veranderd. In de periode 1985-1994 werd de kustpopulatie gedomineerd door kokmeeuw. Hun aantallen namen daarna snel af, waarna zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw meer en meer het broedbestand zijn gaan domineren. Tussen 1991 en 2007 broedden er bovendien belangrijke aantallen sternen langs de Vlaamse kust, maar hun aantallen zijn na 2004 sterk achteruitgegaan. De laatste drie jaar hebben visdief en kokmeeuw zich licht hersteld en is ook zwartkopmeeuw toegenomen.

Het belang van Zeebrugge en de Baai van Heist nam in eerste instantie toe van minder dan 1% van alle kustbroedvogels in 1985 tot meer dan 90% in 2002. In de periode 2002-2011 lag dat aandeel telkens boven de 90%, maar daarna zien we een sterke afname van het belang van Zeebrugge en de Baai van Heist tot minder dan 50% na 2015. De sternen zijn deels uitgeweken naar de Spuikom in Oostende en de nieuwe broedeilanden in het Zwin, terwijl de zilver- en kleine mantelmeeuw zich hebben verspreid over de gehele kust.

De achteruitgang van het aantal kustbroedvogels tussen 2004 en 2014 is het gevolg van een toegenomen druk door landroofdieren. Op het Stenenschiereiland en op de Baai van Heist werden verwilderde katten, ratten en vossen vastgesteld. In de westelijke voorhaven zorgden de komst van de vos en de afname van het broedareaal voor de achteruitgang van het aantal grote meeuwen. Zilver- en kleine mantelmeeuwen zijn daardoor meer en meer op daken van gebouwen gaan broeden verspreid over de kust, en visdief op de predatorvrije eilanden in Oostende en het Zwin. Ook kokmeeuw en zwartkopmeeuw hebben geprofiteerd van de nieuwe broedeilanden. In Zeebrugge heeft bescherming tegen vossen bijgedragen aan het herstel van visdief en het behoud van zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw.

Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Feedback