Status overwinterende watervogelsoorten van Europees belang

Anno 2019 worden de populatiedoelen bereikt voor acht watervogelsoorten. Voor elf soorten is dat niet het geval en blijft de afstand tot de doelen vrij groot tot groot. Bij vijf daarvan is die afstand sinds 2014 groter geworden.
Bron: 
watervogeldatabank INBO

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
De indicator toont voor 19 soorten watervogels van Europees belang (= die in Vlaanderen in Europees belangrijke aantallen voorkomen), de procentuele afstand van de gemiddelde Vlaamse winterpopulatie over de laatste vijf winters tot de gestelde gewestelijke doelpopulatie binnen de instandhoudingsdoelstellingen van de soort (distance to target).
Bespreking 

Anno 2019 worden de populatiedoelen bereikt voor acht watervogelsoorten: grauwe gans, kolgans, toendrarietgans, kleine zwaan, grote zilverreiger, krakeend, slobeend en wulp. Voor elf soorten is dat niet het geval en blijft de afstand tot de doelen vrij groot tot groot. Bij vijf daarvan is die afstand sinds 2014 groter geworden. Bij tafeleend, pijlstaart, kemphaan en wintertaling wordt slechts de helft of minder van de vooropgestelde doelstellingen gehaald.
Bij een aantal soorten volgt de grootte van de Vlaamse winterpopulatie de algemene trend op Europees populatieniveau, zoals bij tafeleend (afname) en grote zilverreiger (toename). Ook grootschalige areaalverschuivingen binnen het Europese verspreidingsgebied kunnen een invloed hebben op de aantallen in Vlaanderen (zoals bij de afname van kleine rietgans). Daarnaast is er bij heel wat soorten ook een duidelijk verband tussen de vastgestelde trends in Vlaanderen en ecologische veranderingen in bepaalde waterrijke gebieden, zoals in het Zeeschelde-estuarium. Om de populatiedoelen te halen, zijn er in een groot aantal gebieden mogelijkheden om de draagkracht voor watervogels te verhogen via gepaste inrichtings- en beheermaatregelen (bv. vernatting en het beperken van verstoring).

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te zien geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
  • Lange termijndoelstelling MINA-plan 4: Vlaanderen scoort – ook voor leefmilieu – evengoed als vergelijkbare regio’s: soorten van Europees belang in een gunstige staat van instandhouding.
  • PACT2020 15.2 Hiertoe heeft Vlaanderen in 2020 voldoende habitat ingericht, herbestemd, verbeterd of afgebakend om 70 % van de instandhoudingsdoelstellingen van de Europees te beschermen soorten en habitats te realiseren.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
zesjaarlijks
Feedback