Status overwinterende watervogelsoorten van Europees belang

Van de 19 jaarlijks gevolgde soorten binnen de periode 2008-2013 werden voor zeven soorten de populatiedoelen bereikt. Voor nog drie soorten is de afstand tot de doelen klein tot vrij klein, voor negen soorten vrij groot tot groot.
Bron: 
watervogeldatabank INBO

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
De indicator toont voor 19 soorten watervogels van Europees belang (= die in Vlaanderen in Europees belangrijke aantallen voorkomen), de procentuele afstand van de gemiddelde Vlaamse winterpopulatie over de laatste vijf winters tot de gestelde gewestelijke doelpopulatie binnen de instandhoudingsdoelstellingen van de soort (distance to target).
Bespreking 

De populatiedoelen werden bereikt voor alle vier de ganzensoorten, kleine zwaan, wulp en grote zilverreiger. Bij smient, krakeend en kuifeend is de afstand tot de doelstellingen relatief klein (minder dan 10%). Voor negen soorten is die afstand aanzienlijk groter, variërend van 34% bij slobeend tot 74% bij goudplevier. Het gaat meestal om soorten die de voorbije tien winters een significante afname vertoonden in Vlaanderen. Die afname kan bij bepaalde soorten gedeeltelijk toegeschreven worden aan grootschalige verschuivingen binnen het Europese winterrareaal (bijv. kemphaan). Bij de meeste soorten is er evenwel een duidelijk verband met ecologische veranderingen in waterrijke gebieden binnen Vlaanderen (zoals in het Zeeschelde-estuarium). Om de populatiedoelen te halen kan in een groot aantal gebieden de draagkracht voor watervogels verhoogd worden via gepaste inrichtings- en beheermaatregelen (bijv. vernatting en beperken van verstoring).

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
  • Lange termijndoelstelling MINA-plan 4: Vlaanderen scoort – ook voor leefmilieu – evengoed als vergelijkbare regio’s: soorten van Europees belang in een gunstige staat van instandhouding.
  • PACT2020 15.2 Hiertoe heeft Vlaanderen in 2020 voldoende habitat ingericht, herbestemd, verbeterd of afgebakend om 70 % van de instandhoudingsdoelstellingen van de Europees te beschermen soorten en habitats te realiseren.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
zesjaarlijks
Feedback