Status broedvogels van Europees belang

Anno 2018 bereiken 10 van de 26 soorten de vooropgestelde gewestelijke instandhoudingsdoelen. Sommige soorten overschrijden die zelfs fors. Iets meer dan de helft van de soorten haalt de doelen echter (ruim) niet. Opvallend hierbij is het grote aandeel aan moerassen en slikken en schorren gebonden soorten.
Bron: 
Monitoringsproject Bijzondere Broedvogels, INBO, FIR (Slechtvalk)

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
De indicator toont voor de periode 2013-2018 het gemiddelde percentage in de afstand van de broedpopulatie (aantal broedparen of territoria) tot de gestelde gewestelijke doelpopulatie binnen de instandhoudingsdoelstellingen van de soort (“distance to target”).
Bespreking 

De populatiedoelen werden bereikt voor tien vogelsoorten: middelste bonte specht, slechtvalk, boomleeuwerik, kleine mantelmeeuw, zwartkopmeeuw, steltkluut, blauwborst, wespendief, zwarte specht en ijsvogel. Voor 16 soorten is dat niet het geval en blijft de afstand tot de doelen vrij groot tot groot. Bij woudaap, visdief, roerdomp, kleine zilverreiger, dwergstern, porseleinhoen, kwak, strandplevier, kwartelkoning en grote stern wordt slechts de helft of minder van het vooropgestelde doel gehaald.
Middelste bont specht, slechtvalk en steltkluut blijven toenemen sinds 2013. Hoewel nog ver van het doel verwijderd nemen ook grauwe klauwier en ooievaar gestaag toe.
Voor de soorten waarvan de populatie nog ver van het doel verwijderd is, zijn zeer drastische maatregelen nodig om tot een herstel te komen. Naast het behoud van hun habitats kunnen grootschalige natuurontwikkelings- en restauratiewerken helpen, maar zeker voor soorten met grote homeranges is een algemene verbetering van de wijdere omgeving rond hun broedgebied noodzakelijk. Het verhogen van de algemene kwaliteit van (kleinschalige) landbouwlandschappen is hierbij belangrijk.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te zien geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
  • Lange termijndoelstelling MINA-plan 4: Vlaanderen scoort – ook voor leefmilieu – evengoed als vergelijkbare regio’s: soorten van Europees belang in een gunstige staat van instandhouding.
  • PACT2020 15.2 Hiertoe heeft Vlaanderen in 2020 voldoende habitat ingericht, herbestemd, verbeterd of afgebakend om 70 % van de instandhoudingsdoelstellingen van de Europees te beschermen soorten en habitats te realiseren.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
zesjaarlijks
Feedback