Soortbeschermingsplannen

Tot eind 2015 zijn er 18 soortbeschermingsplannen opgesteld. Eind 2017 zijn er negen soortbeschermingsprogamma’s (= vervolg soortbeschermingsplannen) vastgesteld.
Bron: 
Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator geeft de evolutie van het aantal soortbeschermingsplannen,die zijn opgesteld op vraag van, of in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), weer.
Bespreking 

Deze indicator betreft enkel soortbeschermingsplannen en soortbeschermingsprogramma’s die zijn opgesteld op vraag van, of in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Het doel van deze plannen en programma’s is de achteruitgang van deze soorten te stoppen, de gunstige staat van instandhouding van levensvatbare populaties te verzekeren of het herstel van (de populaties van) bedreigde soorten te bevorderen. De prioriteit gaat daarbij naar soorten van internationaal belang.

Tot eind 2015 zijn er 18 soortbeschermingsplannen opgesteld voor de volgende soorten of soortengroepen: das, hamster, hazelmuis, vleermuizen, kleine rietgans, nachtzwaluw, waterrietzanger, adder, boomkikker, knoflookpad, vroedmeesterpad, vuursalamander, argusvlinder, bruine eikenpage, bruine vuurvlinder, gentiaanblauwtje, heivlinder en grote pimpernel. Sedert 2011 bieden soortbeschermingsprogramma’s (*) een vervolg op de soortbeschermingsplannen. Het Agentschap voor Natuur en Bos kan deze programma’s opmaken voor Vlaamse prioritaire en Europees beschermde soorten. Eind 2017 zijn in totaal 13 soortbeschermingsprogamma’s vastgesteld. Het gaat om programma’s voor bever, hamster, hazelmuis, grauwe kiekendief, grauwe klauwier, kwartelkoning, roerdomp, gladde slang, knoflookpad, vroedmeesterpad, beekprik, kleine modderkruiper, rivierdonderpad, heivlinder en de Antwerpse haven. Daarenboven stellen ook bepaalde provincies, gemeenten en erkende natuurverenigingen plannen op voor de bescherming van soorten. Het aantal initiatieven om soorten via een plan te beschermen is in de praktijk daardoor hoger dan wat deze indicator weergeeft.

*Een soortenbeschermingsprogramma wordt in overleg met de betrokken belanghebbenden opgesteld en omvat een aantal maatregelen om ervoor te zorgen dat een soort (of meerdere soorten) binnen Vlaanderen in een gunstige staat verkeert. Het wordt door de minister vastgesteld en heeft een looptijd van 5 jaar.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Feedback