Toggle menu

Soortbeschermingsplannen

Tot eind 2015 zijn er 18 soortbeschermingsplannen opgesteld. Eind 2015 zijn er vijf soortbeschermingsprogamma’s (= vervolg soortbeschermingsplannen) vastgesteld. Met een doelbereik van 82% is de MINA-plan 4 doelstelling niet gehaald.
Bron: 
Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator geeft de evolutie van het aantal soortbeschermingsplannen,die zijn opgesteld op vraag van, of in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), weer.
Bespreking 

In het natuurbeleids- of MINA-plan kunnen deelplannen worden opgenomen voor het behoud van de soorten waarin de doelstelling en de maatregelen inzake de bescherming van levende organismen worden vastgelegd. In die deelplannen kunnen soortenbeschermingsplannen worden opgenomen.

Deze indicator betreft enkel soortbeschermingsplannen die zijn opgesteld op vraag van, of in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Het doel van de soortbeschermingsplannen is de achteruitgang van deze soorten te stoppen, de gunstige staat van instandhouding van levensvatbare populaties te verzekeren of het herstel van (de populaties van) bedreigde soorten te bevorderen. De prioriteit gaat daarbij naar soorten van internationaal belang.

Tot eind 2015 zijn er 18 soortbeschermingsplannen opgesteld voor de volgende soorten of soortengroepen: vroedmeesterpad, adder, das, boomkikker, grote pimpernel, vleermuizen, gentiaanblauwtje, hamster, hazelmuis, nachtzwaluw, bruine vuurvlinder, waterrietzanger, knoflookpad, vuursalamander, argusvlinder, bruine eikenpage, heivlinder en kleine rietgans. Sedert 2011 bieden soortbeschermingsprogramma’s (*) een vervolg op de soortbeschermingsplannen. Het Agentschap voor Natuur en Bos kan deze programma’s opmaken voor Vlaamse prioritaire en Europees beschermde soorten. Eind 2015 zijn er vijf soortbeschermingsprogamma’s vastgesteld (Antwerpse haven, bever, grauwe kiekendief, hamster en kwartelkoning). Negen soortbeschermingsprogramma’s zijn in opmaak en voor drie programma’s is het goedkeuringsproces lopende. Daarnaast stellen ook bepaalde provincies, gemeenten en erkende natuurverenigingen plannen op voor de bescherming van soorten. Het aantal initiatieven om soorten via een plan te beschermen is in de praktijk daardoor hoger dan wat deze indicator weergeeft.

Met een doelbereik van 82% is de MINA-plan 4 doelstelling niet gehaald.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
  • Plandoelstelling MINA-plan 4: Voor soorten van internationaal belang worden soortenbeschermingsplannen opgemaakt: + 10 t.o.v. 2010 (= 28).
Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Referentie 
Natuurindicatoren, 2017. Soortbeschermingsplannen. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
www.natuurindicatoren.be (versie van 09-06-2017).