Rode Lijst dagvlinders (Lepidoptera, Rhopalocera)

Van de 71 soorten dagvlinders die sinds het begin van de vorige eeuw in Vlaanderen voorkwamen zijn er ondertussen 20 uitgestorven, 18 soorten worden als in gevaar zijn beschouwd: 6 soorten zijn ‘Ernstig bedreigd’, 5 soorten zijn ‘Bedreigd’ en 7 soorten zijn ‘Kwetsbaar’. Voorts zijn er 7 soorten ‘Bijna in gevaar’. De resterende 26 soorten beschouwen we als ‘Momenteel niet in gevaar’. In totaal is 66% van alle soorten in gevaar en/of uitgestorven (Maes et al. 2012).
Bron: 
Maes et al. 2012

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Rode-Lijstsoorten behoren tot de categorieën met verdwijnen bedreigd, bedreigd en kwetsbaar. Deze soorten zijn over de onderzoeksperiode (verschillend volgens soortengroepen) sterk achteruitgegaan en/of hebben een kritisch niveau bereikt waardoor de soort op het punt staat te verdwijnen. De Rode Lijst van de dagvlinders vergelijkt de periode 1901-1980 met de periode 1981-1995.
Bespreking 

In vergelijking met de Rode Lijst uit 1999 zet de negatieve trend zich voor heel wat soorten verder: 4 soorten zijn uitgestorven tussen 1994 en 2003 en maar liefst 12 soorten doen het slechter in vergelijking met de vorige Rode Lijst. Vooral soorten uit heiden (bv. de heivlinder), bloemrijke graslanden (bv. de veldparelmoervlinder) en grote bossen (bv. de rouwmantel) blijven achteruitgaan. Opvallend is ook de sterke achteruitgang van enkele voorheen algemene soorten zoals de argusvlinder en de citroenvlinder.
De oorzaken van hun voortdurende achteruitgang zijn vooral vermesting, een afname van het aantal bloemen en de steeds verdergaande versnippering van het Vlaamse landschap. Mogelijke herstelmaatregelen zijn het behoud van grote, goed met elkaar verbonden natuurgebieden. Daarnaast is een natuurbeheer dat rekening houdt met de ecologische eisen van dagvlinders en het verbeteren van de algemene milieukwaliteit ook van groot belang voor het beschermen van dagvlinders in het bijzonder en de biodiversiteit in het algemeen. Negen soorten doen het beter dan een tiental jaren geleden. Het kaasjeskruiddikkopje heeft zelfs op eigen kracht Vlaanderen gekoloniseerd vanuit het zuiden. Voor deze vrij mobiele soorten is de biotoopkwaliteit lichtjes verbeterd (vooral voor enkele bossoorten), maar ook de warmere jaren hebben recent gezorgd voor een vooruitgang van enkele warmteminnende soorten zoals de kleine parelmoervlinder en het bruin blauwtje.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te zien geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
10 jaarlijks
Feedback