Piekmoment stuifmeelproductie bij berk en grassen

De trend van piekmoment van de berk en grassen toont een significante vervroeging over de jaren heen.
Bron: 
Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, zie ook www.airallergy.be.

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator toont de evolutie van het piekmoment van de stuifmeelproductie van de berk en diverse grassoorten.
Bespreking 

Sinds 1974 meet het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid in Elsene de concentratie stuifmeel van berk en diverse grassen in de lucht. De datum waarop de stuifmeelconcentratie de hoogste waarde bereikt (= piekmoment), kan tussen jaren sterk schommelen. De trend van piekmoment van de berk en grassen toont een significante vervroeging over de jaren heen. In de periode 1975-1985 situeerde de piek voor berk zich rond 21 april, terwijl die in de periode 1995-2018 meer dan een week vroeger kwam te liggen. Eenzelfde fenomeen doet zich ook voor bij grassen, waar het piekmoment in de periode 1997-2018 rond zeven juni lag, of meer dan een week vroeger dan in de periode 1975-1995. Ook werd een stijging van de dagelijkse pollenconcentraties van diverse bomen en grassen aangetoond. Deze trend blijkt gecorreleerd te zijn met een graduele verandering van meteorologische parameters zoals temperatuur, straling, vochtigheid en regenval. Deze taxonspecifieke gevoeligheid voor klimaatverandering is mogelijk vermengd met vele andere interactieve factoren zoals luchtvervuiling, biogeochemische aspecten en landgebruik (Bruffaerts et al. 2018).
Verandering van het tijdstip van bloeien van graslandsoorten heeft ook impact op de biodiversiteit. Sherry et al. (2006) rapporteerden dat soorten die bloeien voor de zomerpiek hun bloei- en vruchtperiode naar voor schuiven, terwijl de soorten die na de zomerpiek bloeien hun fenologische activiteiten naar achter schuiven. Door deze verschuivingen ontstaat er een periode in het midden van het seizoen waar er geen of slechts weinig bloemen en vruchten voorhanden zijn. Dat kan belangrijke implicaties hebben voor soorten, zoals bloembestuivers, die daarvan afhankelijk zijn (Burkle & Alarcón 2011).
Soortspecifieke reacties op klimaatwijziging kunnen eveneens leiden tot een veranderde soortensamenstelling en structuur van de graslandgemeenschap (Jones 1997).

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 2 EU 2020 biodiversiteitsstrategie:Tegen 2020 worden ecosystemen en ecosysteemdiensten gehandhaafd en verbeterd door groene infrastructuur op te zetten en ten minste 15 % van de aangetaste ecosystemen te herstellen.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Feedback