Overwinterende watervogelindex

De aantallen watervogels zijn tussen de winter van 1991-1992 en de winter van 2002-2003 sterk toegenomen. Daarna zette zich een licht dalende trend in die echter niet bij alle soorten gelijklopend is.
Bron: 
Watervogeldatabank (https://watervogels.inbo.be/info) INBO

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
De index van overwinterende watervogels is gebaseerd op het aantalsverloop van de tien belangrijkste soorten ganzen en eenden in Vlaanderen (bepaald op basis van zes midmaandelijkse tellingen per winter).
Bespreking 

Sinds 1979-1980 worden in Vlaanderen elke winter zes midmaandelijkse tellingen uitgevoerd van oktober t/m maart. De tellingen van kleine rietgans, kolgans, grauwe gans, smient, krakeend, wintertaling, pijlstaart, slobeend, tafeleend en wilde eend worden samengevoegd om de trendindex voor overwinterende watervogels te bepalen.
De aantallen overwinterende watervogels vertoonden een significant stijgende trend tot ongeveer 2005, waarna een licht dalende trend ingezet werd die zich inmiddels lijkt te stabiliseren. De trend over de laatste 10 jaar is echter niet bij alle soorten gelijklopend en varieert van een blijvende toename bij kolgans en krakeend tot een sterke afname bij tafeleend en pijlstaart.
De trend van watervogels in Vlaanderen is een gecombineerd effect van de ontwikkelingen op Noordwest-Europees niveau en van regionale en lokale factoren. In Noordwest-Europa namen nagenoeg alle ganzen- en eendensoorten tijdens de voorbije 30 tot 40 jaar toe. Dit is een gevolg van enerzijds een betere bescherming van soorten en waterrijke gebieden (o.a. via de Europese Vogelrichtlijn), en anderzijds een toegenomen voedselaanbod. Na een jarenlange toename is meer recent bij heel wat soorten een afvlakking of kentering van die positieve trend merkbaar. Diverse studies tonen aan dat klimaatsverandering een toenemende rol speelt in veranderingen in het Europese verspreidingsareaal (o.a. Lehikoinen et al. 2013, Maclean et al. 2008, Pavón‐Jordán et aL 2019.
Daarnaast worden de trends in Vlaanderen minstens gedeeltelijk bepaald door lokale veranderingen in onder meer waterkwaliteit, menselijke activiteiten en natuurbeheer en -ontwikkeling. Deze factoren kunnen een grote invloed uitoefenen op de draagkracht van gebieden voor watervogels, in hoofdzaak via wijzigingen in het voedselaanbod, zoals o.a. vastgesteld langs de Zeeschelde.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 2 EU 2020 biodiversiteitsstrategie:Tegen 2020 worden ecosystemen en ecosysteemdiensten gehandhaafd en verbeterd door groene infrastructuur op te zetten en ten minste 15 % van de aangetaste ecosystemen te herstellen.
  • PACT2020 15.1 Inzake biodiversiteit kan Vlaanderen in 2020 de vergelijking met de Europese economische topregio's aan.
  • SEBI 01 Abundance and distribution of selected species
Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Feedback