Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Ontsnippering langs Vlaamse transportwegen

Het aantal kilometer ontsnippering langs Vlaamse transportwegen – plaatsen waar aan die versnippering iets gedaan werd door faunapassages – is nog zeer beperkt.
Bron: 
INBO, Agentschap Wegen en Verkeer (AWV)

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator toont de hoeveelheid huidige ontsnipperingsmaatregelen langs Vlaamse autosnelwegen, hoofdwegen, secundaire wegen, verbindingswegen, spoorwegen en kanalen, ten opzichte van een eerder opgemaakte prioriteitenatlas waarbij alle wegen een lage tot zeer hoge prioriteit toegewezen kregen om te ontsnipperen. Tegelijk geeft de indicator een globaal beeld van de kwaliteit van de bestaande ontsnipperingsprojecten: directe ontsnippering (= de faunapassage zelf) en matig of goede indirecte ontsnippering (= wegtraject met geleidingsraster naar een faunapassage) waarbij het verschil tussen matig en goede indirecte ontsnippering afhangt van de dagelijkse actieradius van de betreffende soort(groep).
Bespreking 

De vele transportwegen in Vlaanderen verdelen het landschap in steeds kleinere, versnipperde stukken en veroorzaken daardoor problemen voor de natuur. Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) heeft als een van haar vijf strategische doelstellingen het terugdringen van de schade aan milieu en natuur, zelfs al neemt de mobiliteit verder toe. Het vermijden en verminderen van versnippering door transportinfrastructuur is hierbij een zeer belangrijk onderdeel.

De indicator toont dat het aandeel Vlaamse wegen waar faunapassages aangelegd werden, nog zeer beperkt is. Eind 2015 heeft ongeveer 4,5% van 1.200 km transportwegen met een bepaalde prioriteit voor ontsnippering, een matige tot goede ontsnippering voor een bepaalde diergroep. Deze matige tot goede ontsnippering is van kracht voor ongeveer 39% van de transportwegen met zeer hoge prioriteit, 9% van de transportwegen met hoge prioriteit, en telkens 1% voor de normale en lagere prioriteit transportwegen.

In vergelijking met 2011 (Everaert & Peymen, 2011) en de vrijwel ongewijzigde situatie in 2012 en 2013, nam het aantal Evontsnipperingsmaatregelen in 2014 lichte toe. Dit was voornamelijk te wijten aan de afwerking van het ecoduct Kempengrens en de aanleg van bijkomende geleidingsrasters langs bestaande faunapassages. In 2015 werden in het Zoniënwoud enkele bijkomende kleine ecotunnels geplaatst. Langs de E34 in het Zoerselbos waren er in 2015 ook twee ecoduikers in aanleg. De afwerking van deze faunapassages (incl. geleidingsrasters) zal pas in 2016 gebeuren. De situatie in 2015 is daarom quasi ongewijzigd in vergelijking met 2014.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 2 EU 2020 biodiversiteitsstrategie:Tegen 2020 worden ecosystemen en ecosysteemdiensten gehandhaafd en verbeterd door groene infrastructuur op te zetten en ten minste 15 % van de aangetaste ecosystemen te herstellen.
  • Bijkomend op te volgen MINA-plan 4:Versnippering van groengebieden: binnen planperiode wordt naar een gunstige trend gestreefd.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Referentie 
Natuurindicatoren, 2017. Ontsnippering langs Vlaamse transportwegen. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
www.natuurindicatoren.be (versie van 09-06-2017).
Feedback