De staat van instandhouding van de habitattypen van de Habitatrichtlijn

Globaal gezien is in de periode 2007-2018 de toestand van 20 van de 44 onderzochte habitattypen verbeterd. Dit neemt niet weg dat het overgrote deel van de habitattypen nog steeds in een regionaal zeer ongunstige staat van instandhouding verkeert. Er is dus een duidelijke verbetering, maar er blijft werk aan de winkel.
Bron: 
INBO

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
De indicator toont de regionale staat van instandhouding van de habitattypen van Europees belang in Vlaanderen. De EU-lidstaten zijn verplicht, in het kader van de zesjaarlijkse rapportering over de vordering rond de implementatie van de EU-Habitatrichtlijn, een uitgebreide rapportering in te dienen (artikel 17 van de Habitatrichtlijn). De staat van instandhouding van de habitats van de Habitatrichtlijn wordt geëvalueerd op basis van vier criteria: de oppervlakte van de habitat, het areaal, de kwaliteit en de toekomstverwachtingen.
Bespreking 

De Habitatrichtlijn beoogt een gunstige staat van instandhouding van de habitattypen waarvoor Europa een belangrijke rol vervult. Het gaat hier meestal om zeer specifieke leefgebieden. In Vlaanderen is de toestand van 44 habitattypen beoordeeld. De staat van instandhouding van die habitattypen vloeit automatisch voort uit de beoordeling van de bovenstaande vier door Europa vastgelegde criteria.

Voor 20 habitattypen (45%) verbetert de toestand van één of meer van die vier criteria in de periode 2007 – 2018, en voor nog eens 8 habitattypen (18%) is de toestand stabiel. De verbetering voor minstens één criterium situeert zich vooral in de habitatgroepen kustduinen, venen, wateren en bossen. Voor drie habitattypen (7%) gaat de toestand van één of meer criteria evenwel achteruit. Voor 13 habitattypen (30%) is de globale trend onbekend.

Drie habitattypen zijn in een regionaal gunstige toestand, en drie in een matig gunstige toestand. Het betreft kust- en rivierhabitats, en niet voor het publiek opengestelde grotten (mergelgroeven). Omdat de gunstige toestand van een habitat afhangt van een positieve score op alle criteria verkeren de overige habitattypen nog steeds in een regionaal zeer ongunstige toestand, hoewel er dus verbetering merkbaar is. Dit heeft vooral te maken met het feit dat veel habitats een lange ontwikkeltijd nodig hebben na het nemen van de nodige herstelmaatregelen en met aanhoudende (milieu)drukken, zoals stikstofdepositie, waterverontreiniging, versnippering, impact van invasieve exoten en klimaatwijziging.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te zien geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
  • PACT2020 15.2 Hiertoe heeft Vlaanderen in 2020 voldoende habitat ingericht, herbestemd, verbeterd of afgebakend om 70 % van de instandhoudingsdoelstellingen van de Europees te beschermen soorten en habitats te realiseren.
  • SEBI 01 Abundance and distribution of selected species
Technische toeliching
Updatefrequentie 
6 jaarlijks
Feedback