De staat van instandhouding van de habitats van de Habitatrichtlijn

Het overgrote deel aan habitattypen verkeert in een zeer ongunstige staat van instandhouding. Desalniettemin kennen 7 ervan toch een lichte verbetering op het terrein.
Bron: 
INBO

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
De EU-lidstaten zijn verplicht, in het kader van de zesjaarlijkse rapportering over de vordering rond de implementatie van de EU-Habitatrichtlijn , een uitgebreide rapportering in te dienen (artikel 17 van de Habitatrichtlijn). Die rapportering houdt onder meer in dat er per habitat van de richtlijn (bijlage I) een staat van instandhouding wordt aangegeven op niveau van de biogeografische regio’s binnen de lidstaten. De staat van instandhouding van de habitats van de Habitatrichtlijn wordt geëvalueerd op basis van vier criteria: de oppervlakte van de habitat, het areaal, de kwaliteit en de toekomstverwachtingen
Bespreking 

De Habitatrichtlijn beoogt een gunstige staat van instandhouding van een aantal habitattypes die mondiaal bedreigd zijn en waarvoor Europa een belangrijke rol vervult. Het gaat hier meestal om zeer specifieke leefgebieden. De staat van instandhouding van die habitattypes wordt geëvalueerd op basis van vier door Europa vastgelegde criteria: het areaal of verspreidingsgebied, de oppervlakte, de kwaliteit en de toekomstverwachtingen.

Eind 2013 bevond meer dan drie kwart van de habitattypes (38 op 47) zich in een zeer ongunstige staat van instandhouding. Daarnaast waren er nog vier habitattypes (9%) in een matig ongunstige staat: een kustduinhabitat, een waterhabitat, een graslandhabitat en een veen- en moerashabitat. Slechts vijf habitattypes (11%) bevonden zich in een gunstige staat van instandhouding: een zilt habitat (bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten), een kustduinhabitat (duinen met duindoorn), een waterhabitat (kranswierwateren), een graslandhabitat (rotsbodemgrasland), en het grothabitat (niet voor publiek opengestelde grotten). Ondanks het overgrote deel aan habitattypes die in een zeer ongunstige staat van instandhouding verkeerden, kenden zeven ervan toch een lichte verbetering ten opzichte van 2007 (Louette et al. 2013). Een volgende beoordeling van de staat van instandhouding gebeurt in 2019.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
  • PACT2020 15.2 Hiertoe heeft Vlaanderen in 2020 voldoende habitat ingericht, herbestemd, verbeterd of afgebakend om 70 % van de instandhoudingsdoelstellingen van de Europees te beschermen soorten en habitats te realiseren.
  • SEBI 01 Abundance and distribution of selected species
Technische toeliching
Updatefrequentie 
6 jaarlijks
Feedback