Aandeel stedelijke of kleinstedelijke gebieden met een stadsbos of stadsbosproject

Eind 2016 waren er 37 stadsbosprojecten opgestart binnen de 62(klein)stedelijke gebieden. Dit komt neer op een aandeel van 61%.
Bron: 
ANB

Horizontal Tabs

Algemeen
Definitie 
Deze indicator geeft de evolutie van het aandeel stedelijke of kleinstedelijke gebieden met een stadsbos of stadsbosproject.
Bespreking 

Vlaanderen is een van de dichtst bebouwde regio’s ter wereld. Ongeveer 21% van de bevolking in Vlaanderen beschikt niet over een groene ruimte op wandelafstand voor dagelijks gebruik (Simoens et al. 2014). Om de leefbaarheid van de steden in Vlaanderen te verhogen, wil de Vlaamse overheid onder meer zorgen voor meer toegankelijke stadbossen nabij stedelijke gebieden. Op basis van een aantal criteria opgesteld door het Agentschap van Natuur en Bos, wordt een bos al dan niet als stadsbos beschouwd. Zo wordt onder meer rekening gehouden met de oppervlakte, de toegankelijkheid, de bereikbaarheid met fiets en/of openbaar vervoer, de aanwezigheid van recreatieve functies en de aanwezigheid van een onthaalpunt. Bij voorkeur heeft een stadsbos op het gewestplan/ruimtelijk uitvoeringsplan een groene bestemming. In de periode 2010-2012 hadden 35 van de 56 (klein)stedelijke gebieden een stadsbos of stadbosprojecten en bedroeg het aandeel 62%. In de periode 2013-2015 zijn geen nieuwe projecten opgestart. In 2016 nam het aantal stadsbosprojecten toe tot 37. Omdat het aantal klein)stedelijke gebieden eveneens gestegen is naar 62, daalt het aandeel licht tot 61%.

De provincies Oost- en West-Vlaanderen scoren het hoogst wat het aantal stadbosprojecten betreft, respectievelijk 15 en 14 projecten. De provincie Limburg scoort met 1 stadbosproject voor de 10 aanwezige stedelijke of kleinstedelijke gebieden het laagst, maar in deze provincie is al heel wat bos aanwezig. De nood aan stadsbosprojecten in Limburg is daardoor kleiner.

Beleidsdoelen 
  • Streefdoel 1 EU 2020 biodiversiteitsstrategie: De achteruitgang in de status van alle onder natuurwetgeving van de EU vallende soorten en habitats tot staan brengen en een aanzienlijke en meetbare verbetering van hun status bereiken zodat tegen 2020, vergeleken met huidige beoordelingen: (i) 100 % meer habitatbeoordelingen en 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de habitatrichtlijn een verbeterde staat van instandhouding te geven; en (ii) uit 50 % meer soortenbeoordelingen in het kader van de vogelrichtlijn een veilige of verbeterde staat van instandhouding blijkt.
  • PACT2020 15.3 Zowel de beboste oppervlakte als de kwaliteit ervan nemen aanzienlijk toe en minstens de helft van de stedelijke of kleinstedelijke gebieden beschikt in 2020 over een stadsbos of heeft er een opgestart.
Technische toeliching
Updatefrequentie 
jaarlijks
Feedback