Minder reeën in Zoniën? (NB 03-17)

Voor het vierde jaar op rij zijn er bij de jaarlijkse monitoring van reeën in het Zoniënwoud minder dieren waargenomen dan het jaar ervoor. Omdat het niet mogelijk is om het exacte aantal  reeën in een gebied te tellen, gebruiken we een zogenaamde  kilometerindex-methode(*), waarmee we wel veranderingen in de populatie kunnen waarnemen .

Waar deze index in de periode 2008-2013 op gemiddeld 1 waargenomen ree per kilometer stond, lag die sinds 2014 niet meer boven 0,75. In 2017 zakte de index zelfs tot 0,5. Wat precies de daling veroorzaakt is niet duidelijk. Mogelijke redenen zijn aanrijdingen met auto’s, stroperij, impact van loslopende honden, veranderingen in draagkracht van het gebied, recreatiedruk en de aanwezigheid van everzwijnen. Alleen verder onderzoek kan uitsluitsel geven. We onderzoeken tegelijk ook of we niet gewoon minder reeën waarnemen door een verdichting van de onderetage van het bos, hoofdzakelijk verjonging van loofbomen.

Dit onderzoek startte in 2008 en is een samenwerking tussen bosbeheerders en wetenschappers uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel, en zou niet mogelijk zijn zonder de hulp van tientallen vrijwilligers.

Jim Casaer

(*) Het principe van de kilometerindex bestaat erin jaarlijks in dezelfde periode een aantal vaste parcours af te stappen en het aantal waargenomen reeën langs het parcours te tellen. Door vervolgens het aantal reeën te delen door de afgelegde afstand, bekom je een kilometerindex (het aantal geobserveerde reeën per kilometer). Om de nauwkeurigheid van deze index te kunnen verhogen, zijn jaarlijks minstens 3 à 4 telsessies noodzakelijk, liefst binnen een zo kort mogelijke periode uitgevoerd.

Meer lezen? Casaer, J., Huysentruyt, Vercammen, J, Malengreaux, c. & Licoppe, A. (2017). Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2017 (47). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
 

Feedback