Minder paddenstoelsoorten in geïsoleerde jonge bossen (NB 10/18)

De KU Leuven onderzocht, in samenwerking met het INBO, de soortensamenstelling van paddenstoelen in ‘oude bossen’ en recente bosaanplantingen op voormalige landbouwgronden. De onderzoekers keken specifiek naar soorten die in de bodem leven en via hun zwamvlokken verbinding maken met boomwortels: de zogenaamde ‘ecto-mycorrhizavormers’.

De ‘oude bossen’ waren eikenbossen die altijd bos geweest zijn, de jonge bossen waren aanplantingen van eik op voormalige, bemeste landbouwgronden van 18 tot 40 jaar oud. Het betrof twee types van jonge bossen: degene die aansluiten bij het oude bos en geïsoleerde bospercelen.

Er werden bodemstalen genomen in elk van de drie types bos. Via genetische technieken (Next Generation Sequencing) vergeleken we de soortenrijkdom en -samenstelling.

De geïsoleerde jonge bossen bleken duidelijk soortenarmer dan de jonge bossen, aansluitend bij oud bos. Deze laatste hadden een hogere soortenrijkdom, vergelijkbaar met de oude bossen. De soortensamenstelling in de jonge bossen was dan weer duidelijk verschillend van het oude bos.

Dit onderzoek toont aan dat isolatie-effecten ook bij paddenstoelen een belangrijke rol spelen. Dat is duidelijk in tegenspraak met de algemene veronderstelling dat zwammen zich overal kunnen vestigen door de miljoenen minuscule sporen die ze produceren.

Tegelijk toont het onderzoek aan dat de bodem een belangrijke rol speelt bij de kolonisatie: de door de vroegere zware bemesting veranderde samenstelling van de voormalige landbouwgronden zorgt er blijkbaar voor dat bepaalde soorten(groepen) zich hier niet of heel moeizaam kunnen vestigen. Aangezien veel van deze paddenstoelen heel belangrijk zijn in het functioneren van het ecosysteem (‘keystone-species’) kan dit een belangrijke invloed hebben op het toekomstige functioneren van het bos.

Dit onderzoek ondersteunt dus de stelling dat oud-bos-sites, met een goed ontwikkelde bosbodem, onvervangbaar zijn, en prioritair moeten worden behouden. Bosuitbreiding sluit het best aan bij oude bossen en op bodems die niet zwaar bemest zijn. Geïsoleerde bosaanplanten zullen ook na 50 jaar immers een verstoorde en onvolledige paddenstoelgemeenschap vertonen.

Kris Vandekerkhove

Meer lezen? Boeraeve M., Honnay O., Mullens N., Vandekerkhove K., De Keersmaeker L. & Thomaes A. 2018. The impact of spatial isolation and local habitat conditions on colonization of recent forest stands by ectomycorrhizal fungi. Forest Ecology & Management, 429, 84-92

Feedback