Melkveehouderij De Ploeg

Natuurpunt | Bolhuis | Open Veld | De Ploeg

Ronny Aerts heeft samen met zijn zussen een intensief melkveebedrijf. Op hoeve De Ploeg in Herselt worden dagelijks zo ‘n 100 koeien gemolken. Met de melk produceren ze op ambachtelijke wijze zuivelproducten die ze verkopen in de boerderijwinkel. Boer Ronny wilde anders gaan boeren met zorg voor de planeet en haar mensen. Zijn dieren worden hoofdzakelijk gevoed met gras-klaver. Maïs maakt nog maar een klein deel uit van hun dieet en geïmporteerde soja viel volledig weg. Zo kon hij kringlopen beter sluiten en de ecologische voetafdruk van het bedrijf fors doen dalen.

“Innoveren door naar het verleden te kijken.”

Wat was de aanleiding om over te stappen naar een ander landbouwsysteem?

Mijn verhaal start in de jaren 90. Boeren kwamen voor het eerst in een slecht daglicht na de eerste evaluatie van het mestdecreet. Wij waren de boemannen, de grote vervuilers. Daar bovenop had je de voedselcrisis. Mensen stelden zich meer en meer vragen over de kwaliteit van hun voeding. In die periode stapten wij ook mee in de eerste voedselteams. In heel die periode begon ik zelf heel kritisch te kijken naar ons landbouwsysteem. Is ons product wel zo gezond als we zelf denken? Gebruiken we niet teveel mest of teveel sproeistoffen? Hoe deden onze grootouders dat? Ik wilde niet terug naar die periode, maar zij kenden wel veel meer van gewasrotatie en zij waren niet afhankelijk van soja import en kunstmest. Die afhankelijkheid is er gekomen toen veetelers overschakelden van gras naar maïs als hoofdbestanddeel van het veevoeder.

Waarom heb je dan uiteindelijk de switch gemaakt?

Ik wilde dat mijn kinderen konden opgroeien in een gezonde leefomgeving en dat ik mijn klanten elke dag een eerlijk product kon aanbieden. Dus we begonnen het systeem te herdenken, vertrekkende vanuit de triple-P gedachte - people, planet, profit. Die drie pijlers moesten in evenwicht blijven. Ik wilde anders boeren met zorg voor de planeet en met zorg voor de mensen, ook in Brazilië. En met behoud van de rendabiliteit.

Tekening De PloegHoe ben je te werk gegaan?

Maïs was de sleutel. Het gebruik van maïs is automatisch gekoppeld aan het importeren van soja. Alles hangt samen met het volledige dieet van een koe. Een koe die vooral ingekuilde maïs eet, krijgt een hoge dosis lignine te eten die gecompenseerd moet worden door de eiwitrijke voeding van soja. Wanneer je de verhouding maïs en gras omkeert, verandert plots heel je systeem. De koe schakelt over op gedroogde gras-klaver, met een andere eiwitsamenstelling die ervoor zorgt dat je geen soja meer moet importeren. En je kan blijven boeren op dezelfde oppervlakte.

Het overschakelen van gras naar gras-klaver is een ander verhaal. Ik stelde vast dat de grasmat van het tijdelijk grasland niet goed doorworteld was. In de zomer leidt dat tot een snelle verdroging en na hevige regen blijven er veel te lang plassen staan. Hier bleek klaver de oplossing te zijn. De klaver gaat via de bacterieknolletjes niet enkel zorgen voor een betere stikstofopname. De penwortels zorgen ook voor een betere doorworteling. Van zodra de bacterieknolletjes aanslaan, ontstaat er een symbiose die voor een gezondere bodem zorgt. De grond bevat meer regenwormen, heeft een betere kruimelstructuur en het gras wortelt dieper. Bovendien is de opbrengst hoger en is gras-klaver een gezondere voeding voor de koeien. Klaver en kunstmest gaan niet samen. Kunstmest verbrandt de bacterieknolletjes waardoor de klaver niet aanslaat. Bijgevolg zorgt het kweken van grasklaver er meteen voor dat er geen kunstmest meer gebruikt wordt.

Het drogen van grote hoeveelheden gras-klaver vraagt best wel veel energie. Dat oplossen was de volgende schakel. Hiervoor werd een mestverwerkingssysteem uitgewerkt. De mest wordt vanuit de nieuwe moderne stal op een efficiënte wijze afgevoerd naar de vergistingsinstallatie. De energie die daar opgewekt wordt, kan dan opnieuw ingezet worden om gras-klaver te drogen. Op die manier trachten we de keten beter en beter te sluiten.

Tenslotte moeten we voor onze rendabiliteit blijven nadenken over het eindproduct. Welk aandeel gaat er naar anonieme melk, welk aandeel gebruiken we voor het maken van kaas, boter, probiotische yoghurt, ijs… We mogen voor onze inkomsten niet enkel afhankelijk zijn van de melkprijs. Die schommelt te hard en is al geruime tijd zeer laag. De melkprijs zorgt ervoor dat veel boeren in het reguliere systeem ofwel stoppen, ofwel hun heil zoeken in steeds grotere bedrijven die onmogelijk nog op een ecologisch verantwoorde wijze kunnen beheerd worden. De sleutel voor ons is dan ook productvariatie. En daar zorgen mijn vier zussen voor.

Hoe kijk je terug op die transitie?

Innoveren door terug te blikken naar het verleden, blijkt goed te werken. Het systeem herdenken vanuit de oude voedselketen door het hoofdbestanddeel maïs terug te vervangen door gras-klaver. Maar tegelijk gaan voor moderne technologieën: een nieuwe, grote, open stal waar de koeien vrij kunnen in- en uitlopen en waar ze automatisch gemolken worden én een optimalisatie van de mestverwerking. We hebben nu opnieuw grip op de volledige keten en we kunnen onze klanten elke dag een gezond product garanderen, ook in tijden van voedselcrisis. De ecologische voetafdruk van het bedrijf is fors gedaald. We zouden nooit meer terug willen naar het reguliere systeem.

Maar we zouden de aanpassingen niet doorgevoerd hebben zonder dat alle puzzelstukjes klopten. De overschakeling van maïs naar gras-klaver zou er nooit gekomen zijn, als het ten koste was van de gezondheid van de dieren. In tegendeel, we stellen vast dat onze koeien langer melk geven. In plaats van 5 jaar, kunnen we ze minstens 7 jaar houden en die leeftijd stijgt nog. Ook de hoeveelheid melk die ze produceren is minstens even groot en de kwaliteit is beter. Het automatische melksysteem zorgt ervoor dat de koeien ook zelf beslissen wanneer ze gemolken worden, eten, naar buiten gaan. Dus heel het systeem is een win-win zowel naar dierenwelzijn als naar rendabiliteit.

Denk je dat deze manier van werken ook een bijdraagt tot de biodiversiteit?

Op ons bedrijf zijn er nog heel wat mogelijkheden om de natuurwaarde te verhogen. Er vliegen veel vleermuizen rond en ik wil best een inspanning leveren om die dieren te helpen beschermen. Ook langs de graslanden zie ik heel wat mogelijkheden voor kleine landschapselementen. Ik ben geïntrigeerd geraakt door oude vlechthagen. Het grote probleem is dat een dag slechts uit 24 uur bestaat. Veel boeren hebben geen zin om na de zware dagtaak nog papieren in orde te brengen voor subsidies van houtkanten. Maar onze gronden staan wel open voor dergelijke initiatieven. Er mogen gerust houtkanten komen. We willen zeker deelnemen aan initiatieven voor een beter beheer van vleermuizen of zwaluwen. Zeg ons maar hoe we daartoe kunnen bijdragen. We hoeven er geen geld aan te verdienen. Dus samenwerking graag, maar mijn dagtaak is reeds rijkelijk gevuld.

Heb je nog tips voor de overheid of voor andere boeren die willen omschakelen?

Doe de omschakeling volledig: De fout die veel boeren maken is dat ze een heel geleidelijke verduurzaming willen doorvoeren. Dat gaat niet. Elke trede die je neemt moet je volledig nemen. Zo kan je niet overschakelen op grasklaver en toch nog tijdelijk kunstmest blijven gebruiken. Dat mislukt. Ook de omschakeling naar bioboer kan je niet doen door te blijven werken binnen het reguliere systeem. Wanneer je grote oppervlakten mais wenst te behouden bij de omschakeling dan vraagt dit gigantisch veel werk om te schoffelen en dat is gewoon onhoudbaar.

Bouw een netwerk uit voor boeren die willen omschakelen: Het zou goed zijn moest er een positief netwerk komen en een aanspreekpunt voor boeren die wensen te verduurzamen. Samen met heel wat andere boeren hebben we de voorbije 10-20 jaar veel moeten leren met vallen en opstaan. Andere boeren hoeven dit niet opnieuw door te maken. “De wervel” is een forum dat via debatten en publicaties een belangrijke rol speelt als luis in de pels van de grote landbouworganisaties, maar dat is nog onvoldoende. Boeren zouden nog meer effectief ondersteund moeten worden bij die omschakeling. Hiervoor zijn er natuurlijk mensen en middelen nodig.

Tracht op te schalen: Tenslotte kan die systeemverandering die we hebben doorgevoerd maar mainstream worden als ook de aansturing van de reguliere landbouw en de daarmee samenhangende prijszetting herbekeken wordt. Indien we bijvoorbeeld vanuit de maatschappij vooral voedsel voor de eigen markt zouden subsidiëren en export overlaten aan de vrije markt, zouden we kleine en middelgrote boeren terug een eerlijkere prijs kunnen geven voor de melk. Het lijkt logisch, maar het kan voor de landbouw een wereld van verschil maken.

Meer info:

 

Bijlage(n) 
Feedback