Indicator in de kijker: percentage beschadigde bosbomen (NB 05-17)

Vlaanderen volgt al drie decennia  de gezondheidstoestand van de bossen op via de bosvitaliteitsinventarisatie, die deel uitmaakt van een Europees meetnet. In de zomer van 1987 ging de eerste inventarisatie door en werden 984 bomen in 41 proefvlakken beoordeeld. De indicator ‘percentage beschadigde bosbomen’ was geboren…

Dit zogenaamde ‘Level 1’-meetnet telt nu meer meetpunten en een groter aantal steekproefbomen. In 2016 beoordeelden we  1581 bomen verdeeld over 71 proefvlakken. De belangrijkste boomsoorten zijn grove den en zomereik, die samen 57 % van de steekproef uitmaken.

Het aandeel beschadigde bomen bedroeg vorig jaar 20,3 %. Dit is het percentage bomen dat meer dan 25 % blad- of naaldverlies vertoont. Het aandeel beschadigde bomen was hoger dan gemiddeld bij beuk, populier, Corsicaanse den en de categorie ‘overige loofboomsoorten’, waarvan onder andere es en zwarte els deel uitmaken. In 2016 viel het groot aantal beuken met zaadvorming op. Beuken die veel nootjes produceren, vertonen vaak een ijlere kroon.

Het percentage beschadigde bomen nam licht af in vergelijking met 2014 en 2015. Sinds de laatste aanpassing van het meetnet in 1995 is er geen significante trend van het bladverlies voor het totaal van alle bomen. Er zijn wel verschillen naargelang de soort. In tegenstelling tot de loofbomen, vertonen de naaldbomen op langere termijn een beduidend verbeterde kroontoestand. Er stierven ook minder naaldbomen. Zo lag de afgelopen drie jaar het aandeel afgestorven bomen bij grove den (0,4 % van de geïnventariseerde bomen) opvallend lager dan bij zomereik (3,1 %). Voor de eerste keer  veroorzaakte de nog steeds uitbreidende essenziekte boomsterfte in het meetnet.

Heidi Demolder en Geert Sioen

>> Naar de indicator

>> Project Bosvitaliteitsinventaris (Level 1)

>> Onderzoeksrapport over Bosvitaliteit 2016

 

Feedback