Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Het leefgebied van de bruine kiekendief in landbouwlandschap (JB-15)

Sinds 2011 coördineert het INBO een studie in Vlaanderen en Zeeland naar de ecologie van de bruine kiekendief, een roofvogel (Vogelrichtlijn, Bijlage I) die broedt in moerasgebieden in open landschappen. We werken hiervoor samen met de Roofvogelwerkgroep Zeeland (NL) en de Natuurwerkgroep De Kerkuil (BE).

Het onderzoek leert ons meer over de relatie tussen landschapsgebruik, prooiaanbod en broedsucces. Het vormt een basis voor overleg en samenwerking met de landbouwsector. Naast het behoud van grasrijke landschapselementen is de boodschap het duurzaam garanderen van voldoende prooiaanbod door het optimaliseren van teeltkeuzes en het stimuleren van innovatieve systemen zoals “vogelakkers” die inpasbaar zijn in moderne akkerbouw.

In ons studiegebied zijn de open landschappen vooral landbouwgebieden. Hoe gebruikt de bruine kiekendief dit cultuurlandschap in de loop van het broedseizoen? Hoe groot is het leefgebied van een broedpaar? Jagen de oudervogels bij voorkeur boven bepaalde landschapselementen of teelten waar veel prooien zitten? Is daar genoeg voedsel om de jongen groot te brengen?

Om dit te beantwoorden werken we met gezenderde vogels. In het kader van een LifeWatch project konden we 4 volwassen bruine kiekendieven uitrusten met innovatieve GPS loggers van het Uva-Bits type. Dit gebeurt in samenwerking met Werkgroep Grauwe Kiekendief (NL) en de Universiteiten van Groningen en Amsterdam. De zenders laten toe om zeer nauwkeurig verschillende facetten van de vogelactiviteit te registreren. We moeten immers tot op perceelsniveau een betrouwbaar beeld krijgen van hun doen en laten.

De eerste resultaten tonen aan dat de grootte van het leefgebied tussen individuen kan variëren. Die oppervlakte wijzigt ook in de loop van het broedseizoen naargelang de broedfase(broeden, jongen op nest, bijna onafhankelijke jongen). Vogels zoeken voedsel tot soms 5 km van het nest, maar ook op slechts enkele honderden meters. Ze jagen hoofdzakelijk in graan- en graslandpercelen, en in het voorjaar ook over grasrijke dijken en bermen. Meerjarige graslandteelten zoals graszaad zijn interessant want ze bieden hogere dichtheden aan veldmuizen, een belangrijke prooi voor deze vogelsoort. Maïs, bieten, aardappelen en vlas scoren duidelijk minder.

Anny Anselin, Luc De Bruyn, Peter Desmet, Filiep T’Jollyn & Kjell Janssens

De gele stippen zijn gps-locaties om de 30 seconden en tonen mooi aan over welke percelen de gezenderde vogel het meest jaagt. De rode cirkel rechts geeft de nestzone aan, hier is de concentratie van punten zeer hoog door de prooiaanvoer naar de jongen (beeld INBO)

Feedback