Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Heiden en landduinen

De biotoop heide wordt in de natuurtypologie gedefinieerd als de verzameling van natuurtypes die gedomineerd worden door altijd groene dwergstruiken zonder of met weinig struiken en bomen, en met een wisselend ontwikkelde moslaag; ze zijn binnen Vlaanderen gebonden aan de oligotrofe zandige gebieden van het Vlaams en Kempens district. De vennen worden onder het biotoop 'moeras' gerangschikt.

Heiden en vennen behoren tot de zeer zeldzame biotopen in Vlaanderen (0,72-1,4 %), waarvan de meerderheid in de Kempen gelegen is. De 'natte heiden met hoogveenelementen' en 'hoogvenen' zijn nagenoeg verdwenen en herbergen proportioneel veel bedreigde plantensoorten. Droge heide is de minst zeldzame variant van deze biotopen maar is nog altijd zeer zeldzaam. Naast zeldzame plantensoorten kenmerken heel wat Rode-Lijstsoorten libellen, dagvlinders en spinnen de heiden en vennen, hoogvenen en oligotrofe waters.

De grote knelpunten voor heide en ven situeren zich, behalve in de lange periode van omzetting naar naaldbos, recent voornamelijk in het uitwendig beheer nl. de grondwaterpeildalingen, de toegenomen recreatiedruk en de eutrofiëring. De recreatiedruk leidt tot degradatie, vernietiging en verdwijning van duin- en droge heidebegroeiingen. Landbouw, kolonievorming door kokmeeuwen en recreatie liggen aan de basis van de eutrofiëring. De verzuring en verrijking tasten de vitaliteit, in het bijzonder de bestendigheid tegen stress, en het concurrentievermogen van struikheide aan, aldus de vergrassing in de hand werkend. De hoofdoorzaak van het verdwijnen van een groot deel van de kleine heiden in het laatste decennium is echter te wijten aan het achterwege blijven van intern beheer (verbossing en verstruweling) en bosaanplanting. De grote aaneengesloten heideterreinen worden meestal wel beheerd en ondervinden ook minder last -in de kern althans- van uitwendige negatieve invloeden. De heide is door zijn ontstaan en gebruik, voor zijn behoud en eventueel herstel afhankelijk van actief beheer.

Er bestaan verschillen in heidetypes in Laag-België. In Vlaanderen, waar het om kleine relicten gaat, vinden we meer atlantische soorten zoals Erica cinerea (grauwe dopheide) en Carex binervis (tweenervige zegge), terwijl in de Kempen meer Vaccinium (bosbes), Andromeda polyfolia (lavendelheide) en Oxycoccus palustris (veenbes) voorkomt; soorten met een boreale verspreiding.

Natuurtype(groepe)n die onderscheiden worden onder 'heide en landduinen' zijn:

  1. Halfnatuurlijke, droge heiden op voedselarme zandgronden (Calluno-Genistion pilosae)
  2. Natte heiden op podzolgronden met een dunne veenlaag, een venige ondergrond of met reductieverschijnselen direct onder de B-horizont en van gedegenereerd hoogveen (Ericion tetralicis)
  3. Hoogveenbultengemeenschap (Oxycocco-Ericion
Feedback