Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Graslanden

Vegetaties die in de natuurtypologie onder de noemer graslanden behandeld worden, nemen in Vlaanderen ruw geschat een oppervlakte in van 26700 - 42900 ha en vormen daarmee de meest voorkomende biotoop. De overgrote meerderheid van die graslanden zijn echter uiterst soortenarme, sterk bemeste, vaak ingezaaide landbouwgraslanden, die fytosociologisch tot de rompgemeenschappen worden gerekend. Een groot aantal graslandtypes is echter zeldzaam. Extreem zeldzaam zijn graslanden van het type Nardo-Galion saxatilis, Junco-Molinion, Festuco-Brometea en Plantagini-Festucion), uiterst zeldzaam zijn Calthion palustris en Lolio-Potentillion anserinae), zeer zeldzaam zijn Filipendulion, Corynephorion canescentis, Thero-Airion en Arrhenatherion elatioris. Deze zogenaamde 'halfnatuurlijke graslanden' (0,3-0,6 % van de oppervlakte van Vlaanderen) hebben vaak een geografisch zeer beperkt en/of versnipperd areaal.

De biologische rijkdom van graslanden wordt in belangrijke mate bepaald door de omgevende structuren. Heel wat fauna-elementen die (een deel van) hun levenscyclus in graslanden leven, zijn in grote mate afhankelijk van de erin aanwezige of omringende kleine landschapselementen, zowel opgaande als niet opgaande structuren als mozaïekelementen van andere biotopen (vb. moeras, duin) en hun interacties daarmee. Blauwgraslanden, kalkgraslanden en kalkrijke duingraslanden zijn (bijzonder) rijk aan Rode-lijst plantensoorten. Droge en vochtige schrale graslanden zijn van groot belang voor Rode-lijst vlinders.

De belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van waardevolle graslanden zijn regelrechte omzetting in andere, productievere graslanden, eutrofiëring (vermesting) en het achterwege blijven van beheer (verruiging, verstruweling, verbossing). Voor enkele types zijn ook verdroging en overbetreding belangrijke negatieve factoren voor de instandhouding.

De binnenlandse graslandtypen worden onderverdeeld in volgende natuurtypegroepen en natuurtypen:

  1. Binnendijkse zilte vegetaties en storingsgraslanden
    • Het zeekraal-verbond (Thero-Salicornion
    • Het gewoon kweldergras-verbond (Puccinellion maritimae
    • Het stomp kweldergras-verbond (Puccinellio-Spergularion salinae
    • Het verbond van Engels gras (Amerion maritimae
    • Het zilverschoon-verbond (Lolio-Potentillion)
  2. Droge graslanden
    • Stuifzandbegroeiingen van landduinen: het buntgras-verbond (Corynephorion canescentis)
    • Begroeiingen van min of meer vastgelegde landduinen: het dwerghaver-verbond (Thero-Airion)
    • grasklokje-steenanjervegetaties en kleine klavertjestoestanden: het verbond van gewoon struisgras (Plantagini-Festucion
    • Maasbegeleidende graslanden: verbond der droge stroomdalgraslanden (Sedo-Cerastion
    • Het Vlaamse kalkgrasland (Festuco-Brometea, Xerobromion en Mesobromion)
  3. Natte hooilanden van (matig) voedselarme gronden
    • Vochtige venige graslanden met biezenknoppen en pijpenstrootje: blauwgraslanden en veldrusassociatie (Molinion caeruleae, Junco-Molinion,Eu-Molinion, Juncion acutiflori
    • Dotterbloem-grasland (Calthion palustris)
  4. Graslanden van (matig) voedselrijke gronden
    • Het glanshaver-verbond (Arrhenatherion elatioris
    • Periodiek onder water staande graslanden: het verbond van grote vossestaart (Alopecurion pratensis
    • Kamgrasland (Cynosurion cristati
  5. Heischrale graslanden
    • Heischraal grasland (Nardo-Galion)

Rode draad doorheen het geheel is het syntaxonomische verbondsniveau, dat als basiscriterium werd genomen om een natuurtype te onderscheiden. Hierbinnen moeten echter nog verscheidene graslandnatuurtypen onderscheiden worden, aangezien natuurbeheerdoelstellingen vaak gericht zijn op een hoger detailniveau dan dat van het verbond. De graslanden zijn voorlopig de best uitgewerkte biotoop, ondermeer dankzij het relatief grote aantal vegetatieopnamen (Vlavedat) dat ervan beschikbaar is.

Feedback