Gericht beheer kan het aantal zomerganzen terugdringen (JB-17)

Het aantal broedende ganzen tijdens de zomer neemt in Vlaanderen al sinds de jaren 1990 sterk toe. Vaak veroorzaken ze schade aan gewassen en vervuilen ze met hun uitwerpselen zwemwateren en parken. Hun aanwezigheid hypothekeert ook verschillende natuurherstelprojecten.

Om deze problemen te helpen aanpakken nam INBO deel aan de Europese INVEXO- en RINSE-projecten, waarin telkens verschillende aspecten van ganzenbeheer aan bod kwamen. In Vlaanderen worden, bovenop de ganzenjacht, sinds 2009 jaarlijks ganzen weggevangen tijdens de rui, een periode waarin de ganzen niet kunnen vliegen. Deze aanpak heeft een duidelijk negatief effect op de populaties van Canadese en verwilderde parkganzen. Andere soorten vragen echter een andere aanpak. Zo blijkt het effectiever om nijlganzen voor het broedseizoen te vangen met verplaatsbare kooien.

Het INBO volgt sinds 2009 alle beheer- en jachtinspanningen op via beheerregistratie, wildbeheerstatistieken en specifieke ganzentellingen. Een werkgroep waarin de overheid, jagers, natuurbeschermers en onderzoekers zetelen, evalueert het beheer.

De resultaten tonen dat een geïntegreerde en gediversifieerde aanpak en een brede geografische spreiding van de ingezette middelen, voor de verschillende soorten tot een effectieve populatiedaling en verminderde schade en overlast kan leiden. Een kosten-batenanalyse toonde alvast dat de beheerkosten voor Canadese gans in Vlaanderen ruim worden gecompenseerd door de uitgespaarde schade.

Frank Huysentruyt, Tim Adriaens

Geschat aantal ganzen per provincie in Vlaanderen

Feedback