Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Europees Interreg Project PARTRIDGE: nieuwe kansen voor de patrijs

Logo van het Interreg project PARTRIDGE

Aanleiding

Een afname van geschikt leefgebied met voldoende nestgelegenheid, dekking, zomer – en wintervoedsel heeft ervoor gezorgd dat tal van akkervogelsoorten in Vlaanderen er de laatste jaren sterk op achteruit zijn gegaan. Typische akkervogels zoals de veldleeuwerik en de patrijs krijg je op het Vlaamse platteland veel minder te zien. Niet alleen Vlaanderen, maar ook Engeland, Nederland en Duitsland worden met dezelfde dalende cijfers geconfronteerd.  Maatregelen op het terrein zijn dus noodzakelijk om deze achteruitgang te stoppen en te zorgen voor meer duurzame akkervogelpopulaties. Met de patrijs als doelsoort ging hiervoor in 2017 het vierjarige (2016-2020)  Europese Interreg North Sea Region project ‘Partridge’ van start.

Europese samenwerking

In dit project engageren de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), Agrobeheercentrum Eco², Inagro, Instituut voor Natuur – en Bosonderzoek (INBO) en Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) zich om samen met organisaties uit Engeland en Schotland (Game & Wildlife Conservation Trust), Nederland (Vogelbescherming Nederland, Stichting Landschapsbeheer Zeeland, Brabants Landschap, Stichting het Zeeuwse Landschap) en Duitsland (Georg-August Universität) de achteruitgang van de patrijzenpopulaties tegen te gaan en de meest effectieve en duurzame beheermaatregelen hiervoor in kaart te brengen en uit te testen. Deze Europese samenwerking zorgt ervoor dat reeds opgebouwde kennis en ervaring tussen de verschillende organisaties kan uitgewisseld worden en daardoor ook elkaar kunnen versterken.

De patrijs als doelsoort

De patrijs stelt hoge eisen aan zijn leefomgeving en is daardoor dé akkervogelsoort bij uitstek als indicator voor de aanwezige (akkervogel)biodiversiteit in het landbouw-ecosysteem. De aantallen patrijzen laten toe een beeld te vormen van de mate van biodiversiteit in een bepaald gebied en dus ook de effecten van bepaalde beheermaatregelen na te gaan. Daarnaast fungeert de patrijs ook als paraplusoort, wat betekent dat ook andere akkervogelsoorten mee zullen profiteren van de beheermaatregelen ten voordele van de patrijs. 

Voorbeeld – en referentiegebieden

In de vier deelnemende landen werden 10 voorbeeldgebieden van ongeveer 500 ha afgebakend die ingericht zullen worden met patrijsvriendelijke beheermaatregelen. Voor elk voorbeeldgebied is ook een referentiegebied van gelijke grootte voorzien waar via het project geen extra aandacht gaat naar patrijzenbeheer. Door de  evolutie van de patrijs in de voorbeeldgebieden  en de referentiegebieden te vergelijken kan je na vier jaar het effect van het beheer nagaan. De Vlaamse voorbeeldgebieden liggen in de Ramskapelle polder (Nieuwpoort) en de Isabella- en Kappellepolder (Assenede). De respectievelijke referentiegebieden liggen in Middelkerke en in de Oudemanspolder (Sint-Laureins).

Patrijsvriendelijk beheer

De kwaliteit van het leefgebied in de voorbeeldgebieden wordt opgekrikt door in te zetten op enerzijds nieuwe, experimentele beheerovereenkomsten  en – maatregelen en anderzijds bestaande (verbeterde) beheerovereenkomsten. Voorbeelden van experimentele maatregelen zijn keverbanken (beetle banks), meerjarige bloemenmengsels en groepjes lage struiken. Daarnaast worden, in samenwerking met de lokale jagers, de patrijzen bijgevoederd tijdens de winterperiode en worden de predatorpopulaties onder controle gehouden. De combinatie van deze maatregelen moet toelaten de patrijzenpopulatie in deze voorbeeldgebieden binnen de looptijd van het project met 30% te doen toenemen. Met behulp van gestandaardiseerde monitoringsacties zullen de effecten van de beheermaatregelen op de patrijzenpopulatie en het landbouw-ecosysteem, en dus ook de inspanningen van de landbouwers en jagers, vertaald worden naar concrete resultaten. 

Bottom-up aanpak

Een ander belangrijk aspect binnen het project is de inpasbaarheid van de maatregelen binnen een moderne en rendabele landbouwbedrijfsvoering. Hiervoor wordt bij de uitvoering van het project nauw samengewerkt met de lokale landbouwers in de voorbeeldgebieden. Via organisatie van vormings- en demomomenten, kennisuitwisselingsmomenten, gerichte communicatie, het samen zoeken naar oplossingen, het stimuleren van onderlinge samenwerking tussen landbouwers, … proberen we hen maximaal bij het project te betrekken. Daarnaast voorzien we ook professionele ondersteuning en begeleiding en een marktconforme vergoeding voor de experimentele maatregelen. Op die manier proberen we een win-win situatie te creëren voor zowel landbouw als natuur.

Socio-economisch luik

Het Partridge project omvat ook een socio-economisch luik.  Een socio-economisch onderzoek moet ons meer inzicht geven in de beweegredenen van landbouwers voor het al dan niet nemen van agro-milieumaatregelen. De verzamele resultaten en ervaringen willen we uitdragen naar alle relevante partijen in het North Sea Region gebied en de gehele EU, met als doel de acceptatie en efficiëntie van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Europa te versterken.

>> Meer informatie

Feedback