Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Effecten van windturbines op fauna in Vlaanderen

Windenergie heeft net als andere duurzame energiebronnen de potentie om een grote bijdrage te leveren aan het behalen van de internationale doelstellingen voor het beperken van CO2 uitstoot.

Het is uiteraard van belang dat de ontwikkeling van deze energiebronnen op alle vlakken zo duurzaam mogelijk blijft, en hierbij onnodige en significante schade aan de natuur wordt vermeden. Windturbines kunnen in bepaalde situaties een gevaar vormen voor de vliegende fauna (o.a. aanvaringen, verlies leefgebied,…).

Een groeiend aantal windturbines kan zorgen voor een extra druk bovenop de reeds bestaande bronnen van negatieve impact zoals hoogspanningslijnen, verkeer, aantasting natuurgebieden, enz. In een dichtbevolkte regio zoals Vlaanderen, kan dit de geschiktheid voor ecologische functies verder doen dalen.

Ondanks alle studies en eventuele mogelijke milderende maatregelen, is de locatiekeuze (“macro-siting” op strategisch niveau) nog steeds de belangrijkste methode om de impact te beperken. Dit moet dan ook de eerste fase zijn bij het zoeken naar nieuwe windturbinelocaties. Hierbij kunnen belangrijke broed-, pleister-, rust- en doortrekgebieden van vogels en vleermuizen in eerste instantie best zoveel mogelijk gemeden worden.

INBO onderzoek

In 2000 startte het INBO in opdracht van de Vlaamse overheid een project op om de nodige beleidskennis op te bouwen rond de interacties tussen windturbines en vogels in Vlaanderen. Naast advisering voor projecten en plannen, en de opmaak van een beleidsondersteunende vogelatlas (Everaert et al., 2003) werd in sommige bestaande windparken ook veldonderzoek verricht naar de effecten op vogels (o.a. Everaert, 2008 & 2014).

Omwille van de vraag naar een update van de risicoatlas vogels uit 2003, werd in 2010 beslist om een ondersteunend instrument te maken over de inplanting van windturbines in Vlaanderen en de mogelijke effecten op vogels en vleermuizen. Een eerste versie hiervan verscheen in 2011 als rapport en een nieuwe bijhorende ‘Vlaamse risicoatlas vogels-windturbines’ (Everaert et al., 2011). Het rapport werd in 2013 aangevuld met een aanzet voor de opmaak van een effectbeschrijving en beoordelings- en significantiekader (Everaert & Peymen, 2013). In 2014 werkte het INBO ook aan nieuwe aanbevelingen voor vleermuisonderzoek en een eerste versie van risicoatlas voor vleermuizen.

Het meest recente rapport (Everaert, 2015) vervangt en integreert de publicaties van Everaert et al. (2011) en Everaert & Peymen (2013). In deze update zijn actualisaties op basis van nieuwe wetenschappelijke kennis opgenomen, inclusief nieuwe meer gerichte aanbevelingen en een eerste versie van een risicoatlas voor vleermuizen. Het rapport is in eerste instantie een wetenschappelijke leidraad als hulp voor een deskundige bij het op project- of planniveau inschatten en opvolgen van de mogelijke effecten.

De meest recente versie van de risicoatlassen is steeds beschikbaar als webapplicatie in een INBO geoloket. Dit geoloket bestaat uit:

  • Vlaamse risicoatlas vogels-windturbines, update versie 2015
  • Vlaamse risicoatlas vleermuizen-windturbines, eerste versie 2015
     

De risicoatlassen geven aan waar en waarom bepaalde gebieden een potentieel risico vormen voor vogels of vleermuizen bij het plaatsen van windturbines. Geen enkele risicoklasse is automatisch uitgesloten voor het plaatsen van windturbines. De atlassen geven enkel een eerste signaal en zijn dus slechts het startpunt in de detailanalyse voor geplande windturbines op project- of planniveau. In deze detailanalyse kan een deskundige onderzoeken of de effecten al dan niet betekenisvol kunnen zijn voor de aanwezige natuurwaarden.

Contact: Joris Everaert

Publicaties:

Feedback