Een nieuwe organisatiestructuur voor het INBO (JB-17)

In 2017 heeft het INBO zijn structuur hervormd. We wilden onze organisatie meer slagkracht en wendbaarheid geven om goed te kunnen inspelen op nieuwe vragen en uitdagingen. Met veel inbreng van de medewerkers is een nieuw organisatiemodel uitgetekend en er is een nieuw managementteam aangesteld.

We hebben de stap gezet van een hiërarchische naar een vlakke structuur, met meer autonomie voor de teams en een directere lijn tussen teams en management.

Teams konden ervoor kiezen om zelforganiserend te gaan werken.

Rozet als structuur

De nieuwe structuur is een rozet met de onderzoeksteams als hart van het INBO. Zij worden ondersteund door teams voor wetenschapsondersteuning en voor organisatieondersteuning, en door een managementteam.

Wat en hoe

In de nieuwe manier van werken bepaalt het management de doelstellingen voor de teams - het wat -, in samenspraak met de teams, en krijgen de teams een grote autonomie in hoe ze hun doelstellingen realiseren. Zo kunnen de teams onder meer zelf hun jaarplanning maken en hun taakverdeling afspreken.

Keuze aan de teams

Elk team kiest zelf in welke mate het autonomie wil opnemen. Teams kunnen nog met een coördinator werken of de regeltaken onder de teamleden verdelen. Teams bepalen ook hoe ze willen werken voor hun planning en evaluatie: ze kunnen dit in groep bespreken of individueel, of de twee aanpakken combineren.

Afspraken in een teamcharter

Om goed te kunnen samenwerken zijn duidelijke afspraken nodig. Hiervoor hebben de teams een charter gemaakt.

Cultuur, doelen, leiderschap en systemen

Structuur is maar één pijler van ons verandertraject. Daarnaast zetten we ook in op een cultuur van vertrouwen, waardering en inspraak, op duidelijke doelen, op mensgericht en faciliterend leiderschap en op aangepaste systemen met minimale regels.

Op die manier willen we komen tot een duurzame INBO-structuur, gedragen door de medewerkers, die gemotiveerd, gedreven en in vertrouwen werken aan de doelstellingen van het instituut.

Sandra Van Waeyenberge

 

Feedback