De toestand van de Natura 2000-habitattypes verbetert, maar er blijft werk aan de winkel (NB 05-19)

De toestand van 20 van 44 onderzochte Natura 2000-habitattypen is verbeterd sinds 2007. Helaas gaan er ook vijf habitattypen op achteruit.

Het INBO stelde deze trends vast in het kader van de verplichte zesjaarlijkse rapportage aan de EU over de toestand en evolutie van de Europees beschermde natuur.

De regionale staat van instandhouding van een habitattype is gebaseerd op de toestand ervan, en op de evolutie van de verspreiding, oppervlakte, kwaliteit, en toekomstperspectieven.

Slechts drie habitattypen (‘bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten’, ‘duindoornstruweel’ en ‘niet voor publiek opengestelde grotten’) hebben een regionaal gunstige toestand, het einddoel voor alle habitattypen.

Er zijn ook drie matig ongunstige habitattypen, namelijk ‘embryonale duinen’, ‘beken en rivieren met bepaalde waterplanten’ en ‘voedselrijke slikoevers met bepaalde eenjarige planten’.

De toestand voor alle andere habitattypen blijft zeer ongunstig. Het is dus zaak de geleverde inspanningen vol te houden en waar nodig zelfs te versnellen.

Desiré Paelinckx, Jeroen Vanden Borre

Meer lezen: Paelinckx D., De Saeger S., Oosterlynck P., Vanden Borre J., Westra T., Denys L., Leyssen A., Provoost S., Thomaes A., Vandevoorde B. en Spanhove T. (2019). Regionale staat van instandhouding voor de habitattypen van de Habitatrichtlijn. Rapportageperiode 2013 - 2018. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2019 (13). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.

Feedback