Dassen in Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen en Antwerpen (Marternieuws 21)

Vlaams-Brabantse dassen

Op 30 maart 2016 waren we op weg naar Tienen voor terreinwerk toen we op de E40 ter hoogte van Everberg een dode das zagen liggen op de pechstrook. We konden de das inzamelen. Deze das was duidelijk zeer recent aangereden maar helaas ook al behoorlijk stukgereden (nagenoeg alle ingewanden waren eruit). Het was een vrouwtje dat – op basis van de tandslijtage – heel wellicht geen jong van vorig jaar was maar veeleer een paar jaar oud. De tepels waren zeer klein wat betekent dat dit dier met zekerheid nooit jongen heeft gehad. Bij dassen zijn het vaak de vrouwtjes die de clan verlaten op zoek naar nieuwe leefgebieden. Deze das was waarschijnlijk aan het zwerven en had nog geen partner gevonden.

Sinds (minstens) enkele jaren zijn er op enkele plaatsen in oostelijk Vlaams-Brabant opnieuw burchten die permanent door meerdere dassen worden bewoond. Ook dit jaar werd er voortplanting vastgesteld. Ten westen van Brussel zal het vermoedelijk niet meer lang duren vooraleer de eerste bewoonde dassenburcht aan Vlaamse zijde zal ontdekt worden. De meest noordelijke burchten in Waals-Brabant bevinden zich namelijk vlakbij de taalgrens.

Dassen in West-Vlaanderen

Op de enige gekende dassenburcht in West-Vlaanderen (regio Brugge) werden dit jaar geen jongen geboren. Vorig jaar waren er nog een zevental dassen aanwezig op de hoofd- en bijburcht. Deze winter vonden er kapwerkzaamheden plaats in de nabijheid van de burcht. Hoewel er bij de werkzaamheden wel degelijk rekening werd gehouden met de aanwezigheid van de burcht, valt het niet uit te sluiten dat dit de dassen heeft aangezet om hun jongen groot te brengen op een andere locatie. De ruime omgeving werd nog niet systematisch afgezocht waardoor het zeker niet uitgesloten is dat er dit jaar wel degelijk dassen geboren zijn op een andere burchtsite. Maar het is het ook best mogelijk dat er dit jaar gewoon geen voortplanting plaatsvond – van dassen is inderdaad bekend dat zij regelmatig hun voortplanting eens een jaar overslaan.

Intussen heeft een lokale vossenfamilie tijdelijk ook intrek genomen in de burcht om er hun jongen in groot te brengen. De burcht in kwestie wordt nog regelmatig bezocht door één of enkele volwassen dassen, dit gaat vaak gepaard met wat ‘onderhoudswerken’ aan de burcht. Het gebeurt soms dat dassen tijdelijk uitwijken naar een bijburcht wanneer vossen hun intrek nemen in een dassenburcht, maar dat is geen algemene regel. Dassen zijn in principe dominant boven vossen, en wanneer er dassenjongen zijn worden vossen een stuk minder getolereerd.

Een ander opmerkelijk feit was de vondst van een verkeersslachtoffer in de regio. De das werd in de ochtend van 24 februari geseind door Martijn Roos. In de vooravond van diezelfde dag kon ter plaatse gegaan worden om de das in te zamelen, maar toen was het kadaver al spoorloos verdwenen. Vonden er in het verleden nog al dergelijke snelle interventies van onbekende dassenverzamelaars plaats in de regio? We weten intussen dat de dassen er al minstens sinds 2010 (maar wellicht al veel langer) voorkomen, terwijl het laatste ons daar bekende verkeerslachtoffer al van 1995 dateert. Het illustreert in elk geval hoe het voorkomen van dassen niet noodzakelijk binnen de kortste keren aan de hand van verkeersslachtoffers aan het licht komt.

vos kijkt toe op dassen (foto INBO)

Vos kijkt toe hoe een das onderhoudswerken aan de burcht uitvoert terwijl er vossenjongen in de burcht zitten, 24 mei 2016 (foto INBO)
 

Antwerpse dassen

De voorbije weken was heel wat te doen rond dassen in de Antwerpse Kempen. In diverse kranten viel te lezen dat er in de tuin van het CODA in Wuustwezel een dassenburcht werd ontdekt en dat er vorig jaar in Brasschaat vier dassen het slachtoffer werden van het verkeer. Wat is hier nu van aan?

De vier verkeersslachtoffers in Brasschaat waarvan sprake in de krant zijn in werkelijkheid te herleiden tot één in Oelegem (Ranst). Het gaat hier om een verkeerde interpretatie van de gegevens op de website ‘Dieren onder de Wielen’. Dezelfde das werd namelijk door meerdere mensen waargenomen en ingevoerd maar met verschillende nauwkeurigheid van de precieze vindplaats. Het verhaal van dit verkeersslachtoffer lees je in Marternieuws 19.

Het verhaal van de dassenburcht in de tuin van het CODA in Wuustwezel bleek door de media voorbarig als bevestigd feit te zijn aangenomen. Kris Boers, lid van de Zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt, nam na het verschijnen van de krantenartikels poolshoogte in de tuin van het CODA om het verhaal te controleren. Aanwijzingen voor dassenaanwezigheid (sporen, duidelijke burcht) werden door hem niet gevonden. Tegelijk werd ook een cameraval geïnstalleerd bij een konijnenwarande. Dit leverde enkel opnames van konijnen op.

Het verhaal dat in de kranten stond kon dus niet bevestigd worden. Alweer een mooi voorbeeld van hoe snel verhalen over roofdierwaarnemingen een eigen leven gaan leiden en hoe er rond één waarneming algauw een wolk aan geruchten ontstaat.

Toch wijzen de veelheid aan bevestigde, ondubbelzinnige dassenwaarnemingen én de bevindingen van de autopsies op recente verkeersslachtoffers (zie vorige edities van Marternieuws) wel degelijk in de richting van lokale vestiging van dassen in de ruime regio. We verwachten dan ook dat we spoedig hierrond bevestiging zullen kunnen brengen.

Vorig jaar stelde de Nederlandse Dassenwerkgroep Brabant een adviesvraag aan het INBO rond eventuele herintroductie van de das in de Kalmthoutse Heide door het uitzetten van opgekweekte, verweesde dassenjongen. Dit advies werd recent gepubliceerd. Het INBO geeft in dit advies antwoord op de vraag rond de bezwaren en de wenselijkheid van een dergelijke herintroductie vanuit natuurbehoudsoogpunt, gerefereerd aan de IUCN-criteria. Bij het in beschouwing nemen van andere motieven (maatschappelijk draagvlak,..) of bezwaren (dierenwelzijn,..) dienen de beheerders en beleidsverantwoordelijken deze aspecten tegen elkaar af te wegen in relatie tot de vooropgestelde doelen, en op basis daarvan een eigen keuze te maken.    
 

Feedback