Bossen

De voorlopige natuurtypologie van de bossen in Vlaanderen werd opgemaakt door het Laboratorium Bosbouw van de Universiteit Gent. Het was een van de eerste terrestrische biotopen die behandeld werden. Er werd vertrokken van de floristische samenstelling van de bossen, waarbij ondermeer beroep gedaan werd op de gebiedsdekkende Bosinventarisatie. Er werden in totaal 3748 bosopnamen gebruikt bij de analyse.

Volgende natuurtypegroepen en natuurtypen werden onderscheiden voor Vlaamse bossen:

  1. Eiken-berken-en eiken-beukenbossen
    • Zomereiken-berkenbos (Querco-Betuletum)
    • Droog wintereiken-beukenbos (Fago-Quercetum petraeae)
  2. Eiken-haagbeukenbossen
    • Atlantisch eiken-haagbeukenbos (Endymio-Carpinetum)
    • ‘Subatlantisch’ eiken-haagbeukenbos (Querco-Carpinetum sensu Rogister 1985)
    • Arm eiken-haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum)
  3. Beukenbossen
    • Gierstgras-beukenbos (Milio-Fagetum)
    • Parelgras-beukenbos (Melico-Fagetum)
  4. Alluviale en rivierbegeleidende bossen
    • Essenbronbos (Carici-Fraxinetum)
    • Elzen-essenbos (Ulmo-Fraxinetum)
    • Ruigt elzenbos (Macrophorbio-Alnetum)
    • Droog iepenrijk essenbos (Fraxino-Ulmetum alnetosum sensu van der Werff)
  5. Elzenbroekbossen
    • Gewoon elzenbroek (Carici elongatae-Alnetum)
  6. Elzen-eikenbossen
    • Elzen-eikenbos (Lysimachio-Quercetum)
Feedback