Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Begrippen beginning with S

Selecteer de gewenste letter om alle begrippen te bekijken die beginnen met deze letter.
Samenwerkingsovereenkomst

de samenwerkings­overeenkomst is een vrijwillige overeenkomst die een gemeente of provincie afsluit met de Vlaamse overheid op vlak van milieu. In ruil voor het uitvoeren van een aantal taken krijgt ze financiële en inhoudelijke ondersteuning van de Vlaamse overheid. De gemeente of provincie kan zelf kiezen welke onderdelen van de overeenkomst ze ondertekent en welke ambitieniveaus ze wenst te behalen. 

Scenario
plausibele beschrijvingen van de toekomst op basis van ‘als-dan’-veronderstellingen.‘scheiden’: landgebruiksscenario dat een strikte scheiding hanteert tussen de gebruiksvormen in de open ruimte, en die groepeert in ruimtelijk homogene clusters (terrestrische verkenning). Ontsnippering van waterlo­pen gebeurt prioritair in riviernetwerken met soorten van Europees belang (aquatische verkenning).‘verweven’: landgebruiksscenario dat de zorg voor natuur integraal laat deel uitmaken van alle vormen van landgebruik, en waar de gebruiksvormen van de open ruimte ruimtelijk met elkaar worden verweven (terres­trische verkenning). Ontsnippering van waterlopen richt zich op de grotere verbindingen in het waterlopennetwerk (aquatische verkenning). 
Schor
het hoger gelegen en begroeide gedeelte van de oevers van een tijrivier dat van dagelijks tot slechts enkele malen per jaar wordt overspoeld. 
Schraalgrasland
weinig productief grasland. 
Sedimentatie
afzetting van bodemmateriaal. 
Sleutelsoort
soort waarvan de invloed(en) op ecologi­sche processen erg belangrijk is (zijn), en alleszins groter dan men op basis van alleen de abundantie of biomassa zou verwachten. Het zijn soorten die een belangrijke func­tionele rol vervullen in het ecosysteem: soorten met een groot aantal relatief goed gekende directe en indirecte relaties met andere soortengroepen. Een achteruitgang of het verdwijnen van een sleutelsoort zorgt voor een domi­no-effect op andere soorten (abundanties, voorkomen) en ecologische processen. Sleutelsoorten vervullen een rol die niet door andere soorten of processen wordt uitgeoe­fend. Voorbeelden zijn soorten die een belangrijk deel van zaad- of stuifmeelverspreiding voor hun rekening nemen en soorten die landschappen beïnvloeden, de zgn. ecolo­gische ingenieurs (bv. bever). 
Slik
het gedeelte van de oever van een tijrivier dat bij vrijwel elk hoogwater overstroomt. 
Slikken en schorren
slikken is het gedeelte van de oever van een tijrivier dat bij vrijwel elk hoogwater over­stroomt. Schorren zijn het hogergelegen en begroeide gedeelte van de oevers van een tijrivier die van dagelijks tot slechts enkele malen per jaar wordt overspoeld. 
Slikplaten
verhoogde zones in het midden van een estuarium die overstromen bij hoogtij.
Soort van communautair belang
soort vermeld in Bijlage I van de Vogelrichtlijn of in Bijlagen II, IV of V van de Habitatrichtlijn. (zie ook: Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn) 
Soort van Europees belang, Vogelrichtlijnsoort, Habitatrichtlijnsoort
soort vermeld in Bijlage I van de Vogelrichtlijn of in Bijlagen II, IV of V van de Habitatrichtlijn. (zie ook: Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn) 
Speciale Beschermingszone
gebied dat door een EU-lidstaat werd aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn. Binnen deze gebie­den moeten de instandhoudingsmaatregelen worden toegepast die nodig zijn om de natuurlijke habitats en/ of populaties van de soorten waarvoor het gebied is aan­gewezen, in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De Speciale Beschermingszones vormen in de lidstaten van de Europese Unie samen het Natura 2000-netwerk.(zie ook: Habitatrichtlijngebied en Vogelrichtlijngebied). 
Standhoudende soort
uitheemse soort die zonder ver­dere menselijke tussenkomst ter plaatse blijft zonder of met beperkte mogelijkheid tot vermeerderen. 
Standplaatscondities
het geheel van eigenschappen die bepalend zijn voor een plantensoort of een vegetatietype. Enkele voorbeelden zijn temperatuur, licht, beschikbaar­heid van water, zuurstof en voedingstoffen. 
Standstillbeginsel
dit beginsel houdt in dat de huidige situatie als norm aangenomen wordt voor de toekomst. Voor het natuurbehoud betekent dit dat de natuur in kwa­liteit en kwantiteit niet achteruit mag gaan. Het standstill­beginsel is opgenomen in o.m. het DABM (art. 1.2.1) en het Natuurdecreet (art. 8). Stijghoogte: hoogte van het grondwater in een peilput in een afgesloten watervoeren­de laag. 
Stedelijk gebied
gebied waar intense ruimtelijke, culturele en socio-economische samenhang en verweving bestaat tussen verschillende menselijke activiteiten (wonen, dien­sten, werken ...), waar dichte bebouwing overheerst en waar het wenselijk is ontwikkelingen te stimuleren en te concentreren. Stedelijk gebied is een beleidsmatig begrip uit het RSV. 
Stikstofoxiden
verzamelterm voor stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). 
Streefwaarde
milieukwaliteitdoelstelling waarbij geen nadelige effecten te verwachten zijn. 
Stroomgebie
het gehele gebied dat op een stroom afwatert. 
Struweel
vegetatie met dominantie van struiken. 
Successie
opeenvolgende veranderingen die zich in de vegetatie voltrekken, waarbij een levensgemeenschap ontstaat of in een andere overgaat. Een klassiek voorbeeld is de verlanding van open water. 
Suspensie
kleine vaste deeltjes die in een vloeistof gemengd zijn en slechts zeer langzaam. 
Symboolsoort
soort die gebruikt wordt om publieke en/of politieke aandacht inzake natuurbehoud (of bepaal­de deelaspecten ervan) te trekken (bv. financiële onder­steuning, sensibilisering). Meestal gaat het om grote die­ren (vooral zoogdieren en vogels) die als charismatisch worden ervaren (cfr. hoge aaibaarheidsfactor). 
Feedback