Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Begrippen beginning with N

Selecteer de gewenste letter om alle begrippen te bekijken die beginnen met deze letter.
Natura 2000

Europees netwerk van gebieden die door de EU-lidstaten werden aangewezen als Speciale Beschermingszone ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. 

Natuurbeheer
een samenhangende reeks van (beheer)maatregelen, een complex van doelbewuste han­delingen (bewust nietsdoen inbegrepen) die het behoud of het minder ingrijpend herstellen en ontwikkelen van de bestaande natuurwaarde beoogt. De tijdsduur is onbe­perkt en er moet een continuïteit zijn zowel in het type maatregel als in de intensiteit daarvan. 
Natuurbehoud
het instandhouden, herstellen en ontwik­kelen van de natuur en het natuurlijke milieu door natuur­bescherming, natuurontwikkeling en natuurbeheer en het streven naar een zo groot mogelijke biologische diversiteit in de natuur. 
Natuurbescherming
het geheel van de maatregelen gericht op natuurbehoud en tegen nadelige invloeden die kunnen ontstaan door menselijke activiteiten. 
Natuurdecreet
decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997 (BS 10/01/1998), gewijzigd bij decreet van 18 mei 1999 (BS 23/07/1999), decreet van 18 mei 1999 (BS 30/9/1999), decreet van 19 juli 2002 (BS 31/08/2002), decreet van 30 april 2004 (BS 08/06/2004), decreet van 7 mei 2004 (BS 11/06/2004), decreet van 22 april 2005 (BS 13/05/2005) en decreet van 19 mei 2006 (BS 20/06/2006). 
Natuurgebied
gebied dat door een overheid (geweste­lijk, provinciaal, gemeentelijk), een terreinbeherende ver­eniging of een ander privaat rechtspersoon in eigendom of in gebruik is met het oog om het te beheren in functie van herstel, ontwikkeling en instandhouding van de biodi­versiteit. Een natuurgebied kan al dan niet formeel zijn aangewezen of erkend als natuurreservaat. In de planolo­gische betekenis zijn natuurgebieden die gebieden waar natuur de hoofdfunctie is. 
Natuurinrichting
betreft projecten bestaande uit maat­regelen en inrichtingswerkzaamheden die gericht zijn op een optimale inrichting van een gebied met het oog op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuur en natuurlijk milieu in het Vlaams Ecologisch Netwerk en in de groen-, park-, buffer- en bosgebieden. 
Natuurkwaliteit
de bijdrage die een gebied of een of meerdere afzonderlijke natuurelementen, al of niet in onderlinge samenhang, leveren of kan leveren aan de bio­logische diversiteit. 
Natuurlijke structuur
ruimtelijk begrip uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. De gewestelijke natuurlijke structuur is het samenhangende geheel van de rivier- en beekvalleien, de grotere natuur- en boscomplexen en de andere gebieden waar de voor de natuur structuurbepa­lende elementen en processen tot uiting komen. De eco­logische infrastructuur wordt gevormd door lijn-, punt- en vlakvormige natuurelementen, door kleinere natuur- en boscomplexen en door parkgebieden. 
Natuurontwikkeling
het geheel van maatregelen gericht op de creatie van voorwaarden voor het tot stand komen of het herstel van natuur in een bepaald gebied; een geheel of grotendeels spontaan verlopend proces waardoor levens­gemeenschappen ontstaan met een hogere natuurwaarde dan die er aanwezig waren. 
Natuurreservaat
terrein dat van belang is voor het behoud en de ontwikkeling van de natuur of voor het behoud en de ontwikkeling van het natuurlijk milieu en dat daarvoor door de Vlaamse Regering als natuurreser­vaat aangewezen of erkend is (Natuurdecreet, art. 32 e.v.). In natuurreservaten wordt via een aangepast beheer een natuurstreefbeeld behouden of ontwikkeld. Voor elk natuurreservaat ingesteld krachtens het natuurdecreet wordt een beheerplan opgesteld dat de maatregelen ver­meldt die voor het beheer en de inrichting getroffen wor­den.Vlaams natuurreservaat: wordt aangewezen op gronden die het Vlaams Gewest in eigendom of in huur heeft of die daartoe ter beschikking worden gesteld.Erkend natuurreservaat: wordt erkend op verzoek van de eigenaar en/of diegene die het gebruiksrecht heeft, mits beider toestemming, of op verzoek van de beheer­der, mits de eigenaar ermee instemt. De voorwaarden voor de erkenning van natuurreservaten zijn opgeno­men in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003 (BS 12/9/2003). De erkenning geldt voor een peri­ode van 27 jaar en gebeurt op basis van een goedge­keurd beheerplan. Door de erkenning kan de beheer­der aanspraak maken op subsidies voor de huur, het beheer en de openstelling van het natuurreservaat. 
Natuurrichtplan
een gebiedsspecifiek plan dat op grond van het Natuurdecreet moet worden opgesteld voor elk gebied van het Vlaams Ecologisch Netwerk, het Ingegraal Verwevend en Ondersteunend Netwerk, de Speciale Beschermingszones en de Ramsargebieden. De natuur­richtplannen voor het Vlaams Ecologisch Netwerk en het Ingegraal Verwevend en Ondersteunend Netwerk worden opgesteld tegen 2008. 
Natuurstreefbeeld
de vegetatie waarnaar gestreefd wordt via gericht beheer op basis van de aanwezige potenties (B.Vl.Reg. van 27 juni 2003, art.1 13°). De in het besluit opgesomde natuurstreefbeelden zijn ingedeeld volgens karteringseenheden van de biologische waarde­ringskaart (idem, art. 17). 
Natuurtype
algemene verschijningsvorm van de natuur, gewoonlijk gecatalogeerd volgens de structuur en samen­stelling van de begroeiing (bv. bos, nat grasland, schorre). Natuurtypes kunnen algemeen of zeer gedetailleerd gedefinieerd worden, naargelang het gebruiksdoel. 
Natuurverbindingsgebied
categorie van gebieden uit het Natuurdecreet die van belang zijn voor de migratie van planten en dieren tussen de gebieden van het Vlaams Ecologisch Netwerk en/of natuurreservaten en waarbin­nen een specifiek gebiedsgericht natuurbeleid gevoerd wordt. De natuurverbindingsgebieden vormen, samen met de natuurverwevingsgebieden, het Integraal verwevings­en ondersteunend netwerk. 
Natuurverwevingsgebied
categorie van gebieden uit het Natuurdecreet waarbinnen een specifiek gebiedsge­richt natuurbeleid gevoerd wordt. Samen met de natuur­verwevingsgebieden geven ze gestalte aan een Integraal verwevings- en ondersteunend netwerk. Het beleid in natuurverwevingsgebieden is gericht op handhaving en ontwikkeling van bepaalde natuurwaarden, waarbij ande­re functies dan natuur (bv. landbouw, bosbouw, militair domein, drinkwaterwinning) nevengeschikt zijn. Binnen natuurverwevingsgebied kunnen de natuurwaarden ruim­telijk verweven zijn (bv. een landbouwgebied met lokaal waardevolle halfnatuurlijke graslanden) ofwel functioneel verweven zijn (bv. landbouwperceel met weidevogels). 
Neofyten
plantensoort die zich in historische tijd in een bepaald gebied gevestigd heeft. 
Niche
 de ecologische plaats en de rol die een soort in een levensgemeenschap inneemt. 
Niet geregistreerde landbouw
landgebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle akker en grasland dat niet is opgenomen in de eenmalige perceelsregis­tratie van landbouwgronden en geen deel uitmaakt van erkend of aangewezen reservaat, natuurgebied in beheer door de Vlaamse overheid of terreinbeherende natuur­verenigingen en militair domein met natuurprotocol (definitie in het kader van de Natuurverkenning en de Milieuverkenning 2030). 
Nitraat
als stikstofbron een essentieel nutriënt voor plan­ten. De stof wordt opgenomen via de wortels uit de aarde. Nitraten worden gevormd doordat bacteriën ammonium tot nitriet en vervolgens tot nitraat omzetten. Nitraat is samen met fosfaat de oorzaak van de eutrofiëring van vele oppervlaktewaters. 
Nitraatrichtlijn
algemene naam voor zout van salpeter­zuur. Het is een vorm van stikstof die goed oplosbaar is in water en die door planten kan worden opgenomen. Samen met fosfaat is nitraat de oorzaak van vermesting. 
Nitrofiel
stikstofminnend; met een voorkeur voor stik­stofrijke milieus. 
Feedback