Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Begrippen beginning with G

Selecteer de gewenste letter om alle begrippen te bekijken die beginnen met deze letter.
Gebied met natuurbeheer

 landgebruiksvorm in het RuimteModel Vlaanderen met alle natuur die in de eerste plaats beheerd wordt in functie van natuur (erkend of aangewezen reservaat, natuurgebied in beheer door de Vlaamse overheid of terreinbeherende natuurverenigin­gen en militair domein met natuurprotocol) (definitie in het kader van de Natuurverkenning 2030). 

Gebied van communautair belang
zie Speciale Beschermingszone, Habitatrichtlijngebied, Vogelrichtlijn-gebied 
Gebiedsgericht beleid
het gebiedsgerichte natuurbe­leid heeft betrekking op de natuurwaarden van de beschermde gebieden, meer bepaald het Vlaams Ecologisch Netwerk, het Ingegraal Verwevend en Ondersteunend Netwerk, de natuurreservaten, de Ramsargebieden en de Speciale Beschermingszones. Met het Natuurdecreet werd ervoor geopteerd om vooral prio­riteit te geven aan de verdere uitwerking van een gebieds­gericht natuurbeleid via een uitgebreid hoofdstuk V 'Gebiedsgericht beleid'.
Gekweekte soort
 uitheemse soort die actief worden onderhouden voor menselijke doeleinden. Het zijn soorten die zelden of nooit verwilderen. 
Gemeentelijk milieujaarprogramma
voor de opvolging van het gemeentelijke milieubeleidsplan (meerjarenplan) moet er jaarlijks een milieujaarprogramma opgemaakt worden, dat de volgende elementen bevat:een verslag van de stand van uitvoering van het gelden­de gewestelijke milieubeleidsplan op gemeentelijk vlak en, voor zover ze bestaan, van het provinciale milieube­leidsplan en het gemeentelijke milieubeleidsplan;een opgave van de door de gemeente in het komende jaar te verrichten activiteiten en te nemen maatregelen ter uitvoering van het geldende gewestelijke milieube­leidsplan en, voor zover ze bestaan, van het provinciale milieubeleidsplan en het gemeentelijke milieubeleids­plan;een overzicht van de in het ontwerp van begroting geraamde inkomsten en uitgaven voor de uitvoering van het gewestelijke milieubeleidsplan en, voor zover ze bestaan van het provinciale milieubeleidsplan en het gemeentelijke milieubeleidsplan. 
Grasland met milieudoelen
landgebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle grasland met een milieugerichte beheerovereenkomst of een milieugericht beheer (definitie in het kader van de Natuurverkenning en de Milieuverkenning 2030). 
Grasland met natuurbeheer
landgebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle grasland dat in de eerste plaats beheerd wordt in functie van natuur (erkend of aangewezen reservaat, natuurgebied in beheer door de Vlaamse overheid of terreinbeherende natuurverenigin­gen en militair domein met natuurprotocol) (definitie in het kader van de Natuurverkenning 2030). 
Grasland met natuurdoelen
landgebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle grasland met een natuurgerichte beheerovereenkomst (definitie in het kader van de Natuurverkenning en de Milieuverkenning 2030). 
Grasland met natuurwaarde
landgebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle grasland opgeno­men in erkend of aangewezen reservaat, natuurgebied in beheer door de Vlaamse overheid of terreinbeherende natuurverenigingen en militair domein met natuurprotocol, alle grasland met een natuurgerichte beheerovereenkomst en alle overige grasland met biolo­gische waarde (biologisch waardevol of zeer waardevol volgens de biologische waarderingskaart) (definitie in het kader van de Natuurverkenning 2030). 
Grasland met natuurwaarde zonder natuurbeheer
land­gebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle grasland met biologische waarde (biologisch waardevol of zeer waardevol volgens de biologische waarderingskaart), dat niet opgenomen is in erkend of aangewezen reservaat, natuurgebied in beheer door de Vlaamse overheid of ter­reinbeherende natuurverenigingen en militair domein met natuurprotocol, noch onder een natuurgerichte beheerovereenkomst valt (definitie in het kader van de Natuurverkenning 2030). 
Grenswaarde
waarde (vaak concentratiecijfer van immissie) die niet overschreden mag worden. In de VLA­REM-wetgeving heeft het begrip grenswaarde een zeer specifieke omschrijving. Een grenswaarde wordt er voor de meeste parameters omschreven als een concentratie die in 90 % van de metingen op jaarbasis niet overschre­den mag worden. De 10 % monsters die niet conform zijn mogen niet meer dan 50% afwijken van de grenswaarde.
Groendak:
dak bedekt met levende planten. 
Groene bestemming
 staat voor de volgende bestem­mingscategoriën in de plannen van aanleg: de natuurge­bieden, de reservaatgebieden, de bosgebieden, de groen­gebieden, de parkgebieden en de bufferzones.
Groene ruimte
 landgebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle bos, heide, moeras, kustduin, slik en schor en alle grasland met natuurwaarde en dit met of zonder natuurbeheer en alle akker met natuurdoelen (definitie in het kader van de Natuurverkenning 2030). 
Grondwater
water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot water onder de grondwaterspiegel. 
Grondwaterstand
afstand tussen het maaiveld en het waterpeil in een peilput. 
Grondwatervoeding
doorsijpeling van het bodemwater naar het grondwater. 
Grootstedelijk gebied
in het kader van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt stedelijk gebied gedefini­eerd als gebied waar een intense ruimtelijke, culturele en socio-economische samenhang en verweving bestaat tus­sen de verschillende menselijke activiteiten, waar dichte bebouwing overheerst en waar het wenselijk is ontwikke­lingen te stimuleren en te concentreren. Op basis van de stedelijke uitrustingsgraad en het voorzieningenniveau, van het belang van het stedelijke gebied voor de omge­ving en voor Vlaanderen, en op basis van hun interne ste­delijke structuur, wordt beleidsmatig onderscheid gemaakt in de volgende vier categorieën: grootstedelijke, regionaalstedelijke, structuurondersteunende kleinstede­lijke gebieden en kleinstedelijke gebieden op provinciaal niveau. De verschillen tussen die categorieën situeren zich enerzijds op het vlak van de doelstellingen inzake ruimte­lijk beleid en anderzijds op het kwantitatieve en het kwa­litatieve vlak. 
Grootvee-eenheden
het aantal eenheden paarden, koeien of andere grote grazers (schapen en geiten daar­entegen behoren tot het kleinvee). 
Gunstige staat van instandhouding
volgens art. 1 van de Habitatrichtlijn heeft een habitattype een gunstige staat van instandhouding wanneer:‘het natuurlijke verspreidingsgebied van de habitat en de oppervlakte van die habitat binnen dat gebied stabiel zijn of toenemen,de voor behoud op lange termijn nodige specifieke structuur en functies bestaan en in de afzienbare toekomst vermoedelijk zullen blijven bestaan,de staat van instandhouding van de voor die habitat typische soorten gunstig is.’ Voor een soort wordt de staat van instandhouding als gunstig beschouwd wanneer:‘uit populatiedynamische gegevens blijkt dat de betrok­ken soort nog steeds een levensvatbare component is van de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op lange termijn zal blijven,het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden,er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden’. 
Feedback