Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Begrippen beginning with B

Selecteer de gewenste letter om alle begrippen te bekijken die beginnen met deze letter.
Barrière

elk object dat de verplaatsing van een individu van de ene naar de andere plek beperkt. 

BBP-deflator
prijsindex die de evolutie van het gemid­delde prijsniveau van alle in een land geproduceerde goe­deren en diensten meet. 
Beheerovereenkomst
contractuele beheerafspraak tussen landbouwers en de overheid met als doel natuurwaarden te behouden of te laten ontwikkelen in bepaalde door landbouwers gebruikte percelen tegen een financiële vergoeding. 
Bekken
het gehele gebied dat op een rivier afwatert. 
Beleidsinstrumenten
concrete en specifieke vormen van interventie waarmee overheden trachten het gedrag van doelgroepen te beïnvloeden via juridische, economi­sche of communicatieve prikkels. Naast deze gedrags­beïnvloedende beleidsinstrumenten zijn er ook nog 'direc­te' beleidsinstrumenten, bv. infrastructuurwerken, waar­mee de overheid zelf rechtstreeks op het terrein ingrijpt. Naast beleidsinstrumenten is soms ook sprake van 'onder­steunende instrumenten'. Ze omvatten activiteiten die de werking van een overheidsdienst ondersteunen, bijvoor­beeld personeelsbeleid, begroting en bestuurlijke organi­satie. Typologie van gedragsbeïnvloedende beleidsinstru­menten (stimulerend/ontradend):juridische instrumenten, bv. regelgeving/boete (de zweep);economische instrumenten, bv. subsidiëring/milieuhef­fing (de wortel);communicatieve instrumenten, bv. sensibilisatie/ontra­ding (de preek). 
Beleidsinstrumenten
concrete en specifieke vormen van interventie waarmee overheden trachten het gedrag van doelgroepen te beïnvloeden via juridische, economische of communicatieve prikkels. Naast deze gedragsbeïnvloedende beleidsinstrumenten zijn er ook nog ‘directe’ beleidsinstru­menten, bijvoorbeeld infrastructuur­werken, waarmee de overheid zelf rechtstreeks op het terrein ingrijpt. Naast beleidsinstrumenten is soms ook sprake van ‘ondersteunende instrumenten’. Ze omvatten activiteiten die de werking van een overheidsdienst ondersteunen, zoals per­soneelsbeleid, begroting en bestuurlijke organisatie. 
Bemestingsnorm
maximale hoeveelheid stikstof of fos­for die in de vorm van dierlijke, kunst- of andere mest mag worden toegediend op landbouwgrond. 
Benchmark
norm om de prestaties die een organisatie levert of de middelen die zij inzet, te toetsen aan die van andere vergelijkbare organisaties.
Beneden-Schelde
de Schelde tussen de Rupelmonding en de Belgisch-Nederlandse grens (fysisch) of de Schelde tussen de Belgisch-Nederlandse grens en het stroomop­waartse einde van de Rede van Antwerpen (juridisch). 
Benthos
alle organismen die in of op de bodem van zoete of zoute wateren leven. 
Beroepslandbouw
alle akker en grasland opgenomen in de eenmalige perceelsregistratie (EPR), en waarvoor dus een inkomenssubsidie wordt aangevraagd door de landbouwer. 
Bestaansmiddelenprogramma
programma in de Algemene Uitgavenbegroting waarin de uitgaven voor per­soneel, werking en uitrusting van een of meerdere organi­satieafdelingen zijn opgenomen. Deze uitgaven worden niet met specifieke beleidsdoelstellingen verbonden. 
Bestemmingsplan
plan van aanleg of ruimtelijk uitvoe­ringsplan. Het decreet op de ruimtelijke ordening van 1999 heeft het planningsstelsel in de ruimtelijke ordening, zoals omschreven in de wet op de stedenbouw van 1962, gewij­zigd: het gewestplan, het algemeen plan van aanleg en het bijzonder plan van aanleg worden vervangen door ruimte­lijke uitvoeringsplannen, die een uitvoering geven aan de ruimtelijke structuurplannen. Er zijn gewestelijke, provincia­le en gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. 
Bestrijdingsmiddel
synthetische of uit levende organis­men gewonnen stof, aangewend tegen ongewenste plan­ten (herbiciden), insecticiden (insecticiden), schimmels (fungiciden) of andere organismen. 
Binnendijks gebied
landinwaarts van de dijken gelegen; zone beveiligd door de dijken. 
Bio-indicator
karakteristiek organisme voor specifieke milieuomstandigheden of specifieke natuurtypen. (zie ook: Indicatorsoort) 
Biociden
bestrijdingsmiddelen voor niet-landbouwkun­dig gebruik (bv. houtbeschermingsmiddelen, ontsmet­tingsmiddelen).
Biologische landbouw
landbouwproductiemethode waarvan de hoofdlijnen zijn: geen gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest; toepassing van exten­sieve veebezetting en maatregelen voor dierenwelzijn, conform een lastenboek. 
Biologische Waarderingskaart
inventarisatie en evaluatie van het biologische milieu. De inventarisatie gebeurt aan de hand van een vooraf gedefinieerde lijst van karterings­eenheden, die staan voor vegetatietypen, grondgebruik en kleine landschapselementen. De evaluatie is een best professional judgement, gebaseerd op zeldzaamheid, vervangbaarheid, kwetsbaarheid en biologische kwaliteit van de biotopen. 
Biotoop
ruimtelijk min of meer homogeen gebied met van de omgeving afwijkende levensomstandigheden, bewoond door een bepaalde levensgemeenschap; woon­gebied van een groep organismen. 
Bioveiligheid
de veiligheid voor de volksgezondheid en voor het milieu (met inbegrip van planten en dieren) bij het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen.
Blauwgrasland
onbemest schraal hooiland waarvan de typerende kleur bepaald wordt door pijpenstrootje, blauwe zegge en tandjesgras. 
Bos met bosbeheer
landgebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle bos (behalve moerasbos) en park buiten erkend of aangewezen reservaat, natuurgebied in beheer door de Vlaamse overheid of terreinbeherende natuurverenigingen of militair domein met natuurproto­col (definitie in het kader van de Natuurverkenning 2030). 
Bos met natuurbeheer
landgebruiksklasse in het RuimteModel Vlaanderen met alle bos (behalve moeras­bos) dat in de eerste plaats beheerd wordt in functie van natuur (erkend of aangewezen reservaat, natuurgebied in beheer door de Vlaamse overheid of terreinbeherende natuurverenigingen en militair domein met natuurprotocol) (definitie in het kader van de Natuurverkenning en de Milieuverkenning 2030). 
Bosbeheerplan
een beperkt bosbeheerplan is een document met het geheel van maatregelen om de functievervulling van een bos te verwezenlijken, uitgaande van de bestaande toe­stand, de vooruitzichten en de nagestreefde doelstellingen. Een uitgebreid bosbeheerplan moet bijkomend ook in over­eenstemming zijn met de criteria ‘duurzaam bosbeheer’. 
Bosdecreet
decreet van 13 juni 1990 (BS 28/9/1990), gewijzigd bij decreet van 21 oktober 1997 (BS 10/1/1998), decreet van 18 mei 1999 (BS 23/7/1999), decreet van 17 juli 2000 (BS 17/8/2000), decreet van 19 juli 2002 (BS 31/8/2002), decreet van 24 december 2004 (BS 31/12/2004), decreet van 22 april 2005 (BS 13/5/2005) en decreet van 19 mei 2006 (BS 20/6/2006).
Bosgebied
natuurgebied waarvan de vegetatie gedomi­neerd wordt door boomsoorten. In de planologische bete­kenis worden daarmee gebieden aangeduid waar bos domineert of ontwikkeld dient te worden. 
Bosgroep
duurzaam samenwerkingsverband tussen bos­beheerders binnen een bepaald gebied, met als doel de realisatie van de door het Bosdecreet opgelegde doel­stellingen door een rationeler beheer mogelijk te maken. 
Bosgroep
een duurzaam samenwerkingsverband tussen bosbeheerders binnen een bepaald gebied, met als doel de realisatie van de door het Bosdecreet opgelegde doel­stellingen door een rationeler beheer mogelijk te maken.
Broeikasgas
gas dat de opwarming van de aarde bevordert. Elk broeikasgas heeft zijn eigen opwarmend effect, relatief ten opzichte van CO2. Enkele voorname broeikas­gassen met hun opwarmend effect of global warming poten­tial: CO2 (1), CH4 (21), N2O (310). 
Bruto binnenlands product
de totale waarde van alle goederen en diensten die gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar) in een land zijn geproduceerd. 
Buitendijks gebied
rivierwaarts van de dijken gelegen.
Buitengebied
beleidsmatig begrip voor het gebied waar­in de open (onbebouwde) ruimte overweegt. Elementen van bebouwing en infrastructuur die in functionele samenhang zijn met de niet-bebouwde ruimte maken er onderdeel van uit en kunnen plaatselijk overwegen. 
Buitengebied
gebied waarin de open (onbebouwde) ruimte overweegt en waar een buitengebiedbeleid wordt gevoerd. Elementen van bebouwing en infrastructuur die in func­tionele samenhang zijn met de niet-bebouwde ruimte maken er onderdeel van uit en kunnen plaatselijk over­wegen. Buitengebied is een beleidsmatig begrip uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. 
Feedback