Van 14 tem 19 december 2017 verhuist INBO Brussel naar het Herman Teirlinckgebouw op de site Thurn & Taxis, Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel.

Ankerkuilvisserij in het Schelde-estuarium (2012-2014) (JB-14)

Sinds 2012 monitoren onderzoekers van het INBO de visgemeenschap in de Zeeschelde. Jaarlijks wordt er in Doel, Antwerpen, Steendorp en Branst in het voorjaar, zomer en najaar gevist met de ankerkuil. De ankerkuilen, grote netten gespannen tussen stalen balken, zijn bevestigd langszij een platbodemboot. De ganse getijdecyclus (eb en vloed) wordt bemonsterd. Het onderzoek wordt uitgevoerd om de evoluties in de visgemeenschap te onderzoeken. Zowel jaarvariaties, spatiale als seizoenale verschillen in de visgemeenschap worden bestudeerd. Het is ook een ideale methode om trekvissen, zoals fint, rivierprik en spiering, te bemonsteren.

In de periode 2012-2014 vingen we 8.858.998 individuen. Dit hoge aantal laat toe om lengtefrequenties te bepalen die informatie geven over de leeftijdsopbouw van een soort. Ze geven ook aan of een gebied functioneert als paaiplaats of kinderkamer.

Het totaal aantal soorten varieert sterk per jaar, seizoen en plaats. De grootste soortendiversiteit treffen we aan in Doel (gemiddeld 20 per jaar) en neemt dan verder stroomopwaarts af. De meeste soorten, gemiddeld 17, worden gevangen in het najaar, het minst in de zomer (gemiddeld 15).

Vangstaantallen en lengte-klassen variëren ook naargelang het seizoen. Zo worden de meeste volwassen spieringen in het voorjaar gevangen. In de zomer vangen we vooral juvenielen. Volwassen fint zwemt in het voorjaar de Zeeschelde op om er te paaien tussen Branst en Baasrode. In de zomer van 2012 vingen we veel juveniele finten. Juveniele bot en zeebaars, mariene soorten die de Zeeschelde gebruiken als kinderkamer, vingen we ook in hoge aantallen in de zomer.

De saliniteiteisen van de vissoorten en de functie die het estuarium vervult voor de verschillende vissoorten beïnvloedt de soortensamenstelling. Sommige mariene soorten, zoals zeebaars en haring, gebruiken de Zeeschelde als een kinderkamer. Naargelang de zoutwig verder doordringt in het estuarium werden deze soorten al of niet ver stroomopwaarts aangetroffen. Trekvissen, zoals spiering en fint, gebruiken het estuarium als doorgangszone naar hun paaihabitat en vinden we op alle locaties terug. Nog andere soorten gebruiken een beperkt gedeelte van het estuarium zoals de kleine zeenaald, een estuariene soort, en ansjovis, een mariene soort, die we nooit verder stroomopwaarts dan Antwerpen vingen.

Jan BreineGerlinde Van Thuyne

Feedback