| |
Deze afdeling richt zijn onderzoek op het evalueren en optimaliseren van het gebiedsgericht beleidsinstrumentarium, waarin gebieden worden afgebakend die een zeker beschermingsstatuut verwerven met als primair doel de biodiversiteit in dat gebied in al zijn aspecten te beschermen, herstellen of ontwikkelen. Ze doet dat op verschillende organisatieniveaus, van gen, over populatie, soort, levensgemeenschap tot ecosysteem, en dit zowel vanuit de biodiversiteit zelf als vanuit het natuurlijke milieu dat de biodiversiteitpotenties bepaalt.
De afdeling telt 5 onderzoeksgroepen:
• De onderzoeksgroep Genetische diversiteit doet onderzoek naar de genetische diversiteit van populaties en soorten om de effectiviteit van het beleidsinstrumentarium gericht op het behoud van biodiversiteit op het genetisch niveau te evalueren en eventueel bij te sturen.
• De onderzoeksgroep Soortendiversiteit doet onderzoek naar de diversiteit van populaties en soorten in functie van het evalueren van het beleidsinstrumentarium gericht op het behoud van biodiversiteit en het optimaliseren ervan ten behoeve van het beter kunnen garanderen van de levensvatbaarheid van soorten op lange termijn.
• De onderzoeksgroep Ecosysteemdiversiteit doet onderzoek naar de biodiversiteit van ecosystemen in functie van het evalueren van het gebiedsgericht beleidsinstrumentarium en het optimaliseren ervan ten behoeve van het beter kunnen garanderen van de robuustheid van ecosystemen op lange termijn.
• De onderzoeksgroep Monitoring Biodiversiteitsbeleid volgt de toestand van populaties, soorten en ecosystemen binnen en buiten beschermde gebieden op, opdat de bijdrage van het gebiedsgericht beleidsinstrumentarium tot het behoud, herstel en ontwikkeling van de biodiversiteit kan worden bepaald en eventueel vergroot.
• De onderzoeksgroep Milieu & Klimaat doet onderzoek naar de biodiversiteitpotenties van het milieu en de gevolgen daarvoor van al dan niet door de mens geďnduceerde veranderingen (bodem-, water- en luchtkwaliteit en klimaat) daarin.
|